Trefwoord Archief | Bart Chiau

Trouwen of samenwonen? Wat je misschien nog niet wist.

Een lang en gelukkig leven met je partner bekom je niet zomaar. Een duurzame relatie bestaat uit goede afspraken, ook op lange termijn. Daarom schreef Bart Chiau, professor aan de UGent, het boek ‘Trouwen of samenwonen?’, een boek dat koppels bijstaat tijdens sleutelmomenten in hun leven.  Het is geen pleidooi voor trouwen, wettelijk of feitelijk samenwonen, maar een boek dat je wijst op de verschillen tussen de samenlevingsvormen, de gevolgen ervan en hoe je erop kan anticiperen. 

Eerst even de puntjes op de i, wat is nu het verschil tussen wettelijk of feitelijk samenwonen, trouwen en een samenlevingscontract?

  • Feitelijk samenwonen: Je woont samen onder één dak, verder heb je amper rechten of plichten ten opzichte van elkaar. Je kan ook met meer dan twee personen feitelijk samenwonen.
  • Wettelijk samenwonen: dit kan enkel met twee, maar dat kunnen familieleden zijn. Je legt samen een verklaring van wettelijk samenwonen af bij de burgerlijke stand van je gemeente. Dit komt ook in het Rijksregister. Hier heb je wel een aantal rechten en plichten ten opzichte van elkaar.
  • Een samenlevingscontract: zowel als je feitelijk als wettelijk samenwonend bent, kan je een samenlevingscontract hebben. Hierin kan je alles opnemen met betrekking tot de organisatie van het samenleven en het bezit van goederen. Je kan elkaar via deze weg extra beschermen wanneer de relatie zou eindigen.
  • Trouwen: Het huwelijk is een verbintenis tussen twee mensen, voltrokken door een ambtenaar van de burgerlijke stand. Wanneer je trouwt, gelden er tussen jou en je echtgenoot specifieke rechten en plichten.

Wat je moet weten wanneer je samen met je partner een huis huurt.

  • Als je getrouwd bent of wettelijk samenwoont en een van de twee partners overlijdt, dan erft de langstlevende het vruchtgebruik over de gehuurde gezinswoning. Stel dat je feitelijk samenwoont, dan gaan de rechten en plichten van de partner met betrekking tot de huurovereenkomst over naar zijn erfgenamen.
  • Als je feitelijk samenwoont, maar je partner heeft de huurovereenkomst ondertekend en jij niet, dan heb jij geen rechten en geen plichten ten opzichte van de huurder. In het geval dat je getrouwd bent, word je door jullie huwelijk automatisch medehuurder en heb je dezelfde rechten en plichten. Voor wettelijk samenwonenden geldt dit ook, zolang je blijft samenwonen.

Wat je moet weten wanneer je samen met je partner een huis koopt.

  • Ben je getrouwd of wettelijk samenwonend, dan kan je niet op je eentje beslissen om de gezinswoning te verkopen, te verhuren of in pand te geven. Je hebt hiervoor altijd akkoord nodig van je partner. Bij feitelijk samenwonen hoeft dit niet.
  • Wat gebeurt er met het huis wanneer je partner overlijdt? Ben je getrouwd of wettelijk samenwonend dan erf je volgens het wettelijk erfrecht het vruchtgebruik op de gezinswoning. Ben je feitelijk samenwonend, dan erf je niets.

Gevolgen voor je belastingen

  • Gehuwden en wettelijk samenwonenden krijgen gezamenlijke belastingaangifte, daardoor is er een fiscale optimalisatie mogelijk. Wie feitelijk samenwonende is, wordt fiscaal als alleenstaande beschouwd en krijgt een aparte aangifte.
  • Bij gehuwden en wettelijk samenwonende kan je de huwelijksquotiënt toepassen. Dit leidt tot minder belastingen. Dit is niet mogelijk bij feitelijk samenwonenden.

Wat je moet weten wanneer je op pensioen gaat

  • Enkel wanneer je gehuwd bent, heb je recht op een gezinspensioen als slechts een van de twee partners gewerkt heeft. Bij wettelijk of feitelijk samenwonen kan dit niet.
  • Een overlevingspensioen is enkel mogelijk voor gehuwden.
  • Wie getrouwd is of wettelijk samenwonend is, heeft de mogelijkheid om zijn partner als begunstigde bij overlijden aan te duiden in het kader van een pensioenspaarverzekering of een levensverzekering in het kader van het lange termijnsparen. Wie feitelijk samenwoont kan dat niet.
  • Het aanvullend pensioen dat kan worden opgebouwd in de tweede pensioenpijler is hoger voor gehuwden en wettelijk samenwonenden dan voor feitelijk samenwonenden.

Wat je moet weten over erven en schenkingen

  • Ben je gehuwd dan erf je op basis van het wettelijk erfrecht het vruchtgebruik op de totale nalatenschap van je partner. Als wettelijk samenwonende erf je enkel het vruchtgebruik op de gezinswoning en de inboedel. Als feitelijk samenwonende erf je volgens het wettelijk erfrecht niets.
  • Als huwelijkspartner ben je een reservatair erfgenaam en heb je dus een gewaarborgd minimum erfrecht. De feitelijk en wettelijk samenwonende is geen reservatair erfgenaam.
  • Schenkingen tussen echtgenoten zijn steeds herroepbaar. Dat is niet het geval bij feitelijk en wettelijk samenwonenden. Daar zijn schenkingen onherroepelijk.

Wie zijn nabestaanden extra financieel wil beschermen na overlijden kan overwegen om een overlijdensverzekering af te sluiten.

Wil je meer weten? Het boek Trouwen of samenwonen?’ bundelt alles op een overzichtelijke manier. Je hebt geen juridische of fiscale voorkennis nodig. Bart Chiau slaagt erin om aan de hand van voorbeelden op een duidelijke en begrijpelijke manier een antwoord te bieden op alle praktische vragen over de verschillende samenlevingsvormen.

 

Lees het volledige bericht

Een belastingvermindering na de afbetaling van uw woonkrediet: kan dat nog?

Een belastingvermindering na de afbetaling van uw woonkrediet: kan dat nog?

 

De regering raakt dan toch niet aan het federale belastingvoordeel voor tweede verblijven. Dat opent mogelijkheden voor wiens woonkrediet binnenkort is afbetaald en toch een belastingvermindering wil blijven genieten. Roel Van Espen

Wie vandaag een nieuwe hypothecaire lening afsluit voor de aanschaf of bouw van zijn gezinswoning, kan geen aanspraak meer maken op een belastingvermindering in het kader van de woonbonus. In Wallonië werd dit voordeel al op 1 januari 2016 vervangen door de chèque habitat of wooncheque. Die combineert een forfaitair belastingvoordeel per kind ten laste met een variabel deel per persoon dat afhankelijk is van het inkomen.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ruilde de woonbonus een jaar later in voor een systeem met een verhoogde vrijstelling van de registratierechten. Vlaanderen was de laatste regio om het systeem te schrappen en te vervangen door een lagere registratiebelasting voor de enige gezinswoning. Dat gebeurde op 1 januari 2020.

De afschaffing van de woonbonus in de drie gewesten is enkel van toepassing op nieuwe woonkredieten. Voor kredieten die afgesloten werden vóór de invoeringsdatum van het nieuwe regime, blijven woningeigenaars het fiscaal voordeel behouden gedurende de nog resterende looptijd.

Zolang uw ‘oude’ hypotheeklening blijft lopen, hoeft u zich dus geen zorgen te maken over het verlies van een belastingvermindering. Maar wanneer de einddatum van uw huidige kredietovereenkomst in zicht komt, doet u er goed aan om eens na te denken over de verschillende opties.

Een heropname

U zou alvast kunnen overwegen om (een gedeelte van) het reeds terugbetaalde kapitaal opnieuw op te nemen, bijvoorbeeld voor de renovatie van uw woning. Dat kan bij de meeste kredietgevers. Bij sommige banken kunt u zelfs een nog groter bedrag heropnemen. Omdat zo’n wederopname binnen het lopende krediet gebeurt, hoeft u niet opnieuw naar de notaris. U betaalt dus geen tweede keer notaris-, akte- of hypotheekkosten. De bank rekent u mogelijk wel dossierkosten aan.

De looptijd van zo’n heropname kiest u in principe zelf. Die moet niet dezelfde zijn als de resterende termijn van het lopende krediet. Maar kunt u op deze manier dan niet het voordeel van de woonbonus verlengen met enkele jaren? Helaas: de fiscus beschouwt een heropname van een lopend krediet als een nieuwe lening. Dat betekent dat u hiervoor geen belastingvermindering meer kunt genieten in het kader van de woonbonus.

Wat met een herfinanciering?

Wanneer u een bestaande hypotheeklening laat herfinancieren met het oog op een gunstigere rentevoet, dan wijzigt er in principe niets aan het fiscaal voordeel. “Zo’n herfinanciering wordt beschouwd als een voortzetting van het oorspronkelijke krediet”, weet Bart Chiau, professor aan de UGent en senior expert bij financiële dienstverlener NN. “Met andere woorden: de woonbonus blijft dan van toepassing. Dat is evengoed het geval wanneer u uw bestaande lening herfinanciert bij een andere bank.”

Let wel, het voordeel van de woonbonus geldt enkel en alleen als de herfinanciering betrekking heeft op het openstaande saldo van de oude lening. Leent u om een of andere reden méér dan het bedrag dat nog openstaat? Dan wordt de bijkomend geleende som beschouwd als een nieuwe lening. En die komt niet meer in aanmerking voor de woonbonus.

Weet dat ook bij een pandwissel of hypotheekoverdracht het bestaande fiscaal voordeel behouden blijft. “Zo’n pandwissel is bedoeld voor wie zijn huidige woning verkoopt en een nieuwe woonst koopt”, legt Bart Chiau uit. “De hypothecaire inschrijving op het eerste pand wordt dan overgedragen naar de nieuwe woning. Dat is handig wanneer de voorwaarden van de oorspronkelijke lening interessanter zijn dan die van een nieuw krediet. Een voorwaarde is wel dat de notaris de aktes voor de verkoop van de oude woning, voor de aankoop van de nieuwe woonst én voor de hypotheekoverdracht tegelijk opstelt.”

Een tweede verblijf

U zou ook de aanschaf van een tweede verblijf kunnen overwegen. Want ondanks de afschaffing van de woonbonus voor de gezinswoning is er nog altijd het federale belastingvoordeel voor langetermijnsparen. Wanneer u vandaag een nieuw hypothecair krediet afsluit voor een vastgoedinvestering – dus een investering in een niet-gezinswoning – komt u hiervoor in aanmerking.

“De betaalde interesten leveren u alvast een belastingvoordeel op via de federale gewone interestaftrek”, zegt Bart Chiau. “Uw tweede verblijf wordt namelijk belast op basis van het netto belastbaar onroerend inkomen. Die belasting kunt u evenwel verminderen of zelfs volledig neutraliseren door daar de betaalde interesten van af te trekken.”

In de fiscale korf voor het langetermijnsparen mag u in inkomstenjaar 2021 tot 2.350 euro (die maximumgrens is afhankelijk van uw inkomen) aan kapitaalaflossingen en premies voor de gekoppelde schuldsaldoverzekering inbrengen. De belastingvermindering bedraagt dan 30 procent, wat de maximale besparing per belastingplichtige op (2.350 x 30 procent =) 705 euro brengt.

Het zag er even naar uit dat het federale belastingvoordeel voor tweede verblijven in de toekomst zou verdwijnen. De groenen, de socialisten en de christendemocraten hadden daar eerder dit jaar op aangedrongen. Vorige maand maakte de regering evenwel bekend niet aan de bestaande regeling te zullen raken.

Een levensverzekering

In de fiscale korf voor het langetermijnsparen kunt u ook de stortingen in het kader van een individuele levensverzekering kwijt. Meer bepaald: de premies voor het langetermijnsparen met het oog op een extralegale pensioenopbouw. Een voorwaarde is dat u het contract aangaat vóór de leeftijd van 65 jaar, en dat de overeenkomst minstens tien jaar loopt. Ook bijdragen na uw 65ste komen dus in aanmerking.

“Er gelden weliswaar enkele voorwaarden”, merkt Bart Chiau op. “Uzelf dient, als diegene die het contract voor langetermijnsparen aangaat, de verzekerde te zijn. De aangeduide begunstigde mag uw echtgenoot of wettelijk samenwonende partner zijn, maar ook een bloedverwant tot de tweede graad: (groot)ouder, (klein)kind, broer of zus.”

“Houd sowieso rekening met de hierboven reeds aangehaalde maximumgrens van 2.350 euro voor de gehele fiscale korf. Daardoor zal u in de praktijk wellicht een keuze moeten maken van wat u hierin precies onderbrengt: ofwel de kapitaalaflossingen en premies voor de schuldsaldoverzekering van een krediet voor een tweede verblijf, ofwel de stortingen voor uw individuele levensverzekering.”

Bron: Knack e-tips, 11/21

Lees het volledige bericht

De financiële gemoedsrust van de zelfstandige onder de loep door Bart Chiau

Uit een eerder UGent-NN Nationaal Geluksonderzoek bleek dat het geluk van zelfstandigen een pak hoger ligt dan dat van ambtenaren. Maar door de crisis krijgen vele zelfstandigen nu financieel zware klappen. Uit de Financiële Gemoedsrust Barometer blijkt dat een op drie hun omzet ziet dalen met meer dan 25%. Bart Chiau, Senior Expert bij NN en professor aan de faculteit economie van de UGent, neemt enkele stellingen uit het onderzoek onder de loep en analyseert ze voor ons.  

“50% van de zelfstandigen ziet zijn omzet dalen sinds start van de crisis. Bij 32% daalde die zelfs met meer dan 25%.”

“Er zijn heel wat zelfstandigen die het nu financieel moeilijk hebben. Ik schat dat de reële cijfers nog hoger zullen liggen, want wij Belgen geven niet graag toe dat het slecht gaat. Falen zien we hier als iets negatief. In de VS is dat bijvoorbeeld helemaal anders, daar hebben ze een gezondere ondernemersmentaliteit; je mag proberen, falen en terug opstaan. In België aanvaarden we dat moeilijker. Anderzijds gaat het zeker niet bij iedereen slecht. 32% van de zelfstandigen ervaren geen financiële moeilijkheden. Veel bedrijven konden openblijven, zijn creatief omgegaan met hun diensten of producten, of doen het beter dan voordien. Denk maar aan doe-het-zelfzaken en tuincentra. Het is dus zeker niet alleen kommer en kwel.”

“28% van de zelfstandigen geeft aan afhankelijk te zijn van de huidige coronamaatregelen voor het voortbestaan van hun activiteit[1].”

“Dankzij de hulp van de regering kunnen veel zelfstandigen standhouden. Wanneer deze zal wegvallen, kan dit grote gevolgen hebben. De overheid speelt hierop in met de corona-taxshelter. Deze ondersteunt het kopen van aandelen van bedrijven met groot omzetverlies. Minder bekende oplossingen zijn de taxshelter voor start-ups en groeibedrijven, de Winwinlening, coup de pouce lening, proxilening…  België geniet ook van een Europees steunpakket om zelfstandigen te helpen bij de heropstart. Hopelijk kunnen we op die manier de schade beperken.”

 “Ondanks de omzetdaling, houdt de zelfstandige gemiddeld genomen zijn financiële gemoedsrust op peil.”

 “Dat is zeker positief. De zelfstandigen kunnen ook wat aan. Het is niet de eerste keer dat ze een crisis doormaken. Denk maar aan de bankencrisis in 2008. Dat heeft velen onder ons geleerd dat het belangrijk is om een buffer te hebben. Anderzijds blijft de goesting om te ondernemen ook zeer groot, in 2020 waren er nog nooit zo veel nieuwe zelfstandigen. En ook hier heeft de crisis mee te maken. Wie meer tijd kreeg, heeft nu misschien de stap gewaagd om van die hobbywebshop een échte zelfstandige activiteit te maken. En tot slot kreeg ook de lokale economie een boost. Er zijn dus zeker ook positieve impulsen gekomen door de crisis en dat is goed voor onze gemoedsrust.”

“Zelfstandigen zijn veelal financieel beter voorbereid.”

“Ook dit zorgt ervoor dat de zelfstandige een hoge financiële gemoedsrust heeft. Uit de cijfers blijkt dat ze hoog scoren op financiële kennis en aangeven zich goed voor te bereiden op hun financiële toekomst. Ze hebben ook frequenter meer spaarreserves, financiële producten of andere investeringen. Voor zelfstandigen bij wie dit nog niet het geval was, zal de coronacrisis een wake-upcall zijn. Plots kan het allemaal gedaan zijn, vergelijk het met plots ziek worden of overlijden. Daarom moet je jou daartegen verzekeren. Dat kan met een gewaarborgd inkomen en arbeidsongeschiktheid maar ook door een spaarbuffer te voorzien. Financiële planning is uiterst belangrijk voor onze gemoedsrust.”

[1] Op het moment van de bevraging in maart 2021.

 

Lees het volledige bericht

Schenken van roerend goed: de “kaasroute” gaat dicht

Roerende goederen schenken via Nederlandse notaris?

Je kan een roerend goed schenken via een hand- of bankgift, via het Kantoor Rechtszekerheid (= Registratiekantoor) of via de notaris.

Kies je voor een geregistreerde schenking via een Belgische notaris of het Kantoor Rechtszekerheid, dan ben je schenkbelasting verschuldigd. De schenkbelasting is afhankelijk van het bedrag dat je schenkt, aan wie je schenkt en in welk gewest je woont. In Vlaanderen bedraagt de schenkbelasting 3% voor een schenking van een roerend goed aan de partner of in rechte lijn. Voor schenkingen aan andere personen bedraagt de schenkbelasting in Vlaanderen 7%.

Op een niet-geregistreerde schenking betaal je geen schenkbelasting. Indien de schenker binnen de drie jaar na de schenking overlijdt, zal de begiftigde toch nog erfbelasting verschuldigd zijn op de schenking. In Vlaanderen zal deze risicotermijn verlengd worden naar vier jaar (waarschijnlijk vanaf 1/1/2021).

De kaasroute

Een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik of een schenking van aandelen op naam moet altijd via de notaris gebeuren. Om hier de schenkbelasting te vermijden doen veel Belgen deze schenkingen via een Nederlandse notaris omdat men dan geen schenkbelasting moet betalen. De oversteek naar Nederland wordt dan de ‘kaasroute’ genoemd. Als de schenker nog drie jaar (of vier jaar) in leven blijft, is er geen erfbelasting meer verschuldigd op de geschonken goederen.

Een vaak gebruikte techniek is het schenken van een effectenportefeuille aan de kinderen met voorbehoud van vruchtgebruik. Je kan als schenker verder genieten van de dividenden, intresten… van de effecten. Wanneer het gaat om aandelen van een familiebedrijf, kan je dankzij het vruchtgebruik de stemrechten blijven uitoefenen. Omdat het vruchtgebruik behouden wordt, moet de schenker een beroep doen op een notaris. Hij doet dan een beroep op een Nederlandse notaris om zo de Vlaamse schenkbelasting te vermijden.

De wetgever wil de ‘kaasroute’ sluiten. Er komt een verplichte registratie voor buitenlandse notariële schenkingsakten van roerende goederen door Belgische rijksinwoners. Deze regeling werd al goedgekeurd in de Commissie voor Financiën en Begroting maar de Raad van State en het Parlement moeten ook nog hun akkoord geven. De vermoedelijke inwerkingtreding is 1/12/2020. Roerende schenkingen van Belgische rijksinwoners verleden voor een buitenlandse notaris zullen dan verplicht in België geregistreerd moeten worden en zullen dus aanleiding geven tot de betaling van schenkbelasting.

Samengevat:

  • notariële schenking voor een Belgische notaris: schenkbelasting verschuldigd
  • geregistreerde schenking via het Kantoor Rechtszekerheid: schenkbelasting verschuldigd
  • notariële roerende schenking voor een buitenlandse notaris: verplichte registratie in België en dus schenkbelasting verschuldigd (vanaf 1/12/2020)
  • onderhandse schenking: geen schenkbelasting verschuldigd maar risicotermijn van drie jaar (of vier jaar vanaf 1/1/2021 in het Vlaams Gewest)

 

 

Lees het volledige bericht


Margo gaat bij haar vriendin Sabine wonen, wat met de woonfiscaliteit?

Intrekken bij jouw partner en ook genieten van de woonfiscaliteit

Sabine heeft voor de aankoop van haar woning een hypothecaire lening afgesloten. Haar partner Margo komt bij haar inwonen. Margo wil ook haar duit in het zakje doen en bijdragen in de gemeenschappelijke kosten. Zij stort maandelijks een bedrag op de rekening van Sabine om de maandlast van de hypothecaire lening te helpen betalen.

Enkel Sabine heeft echter fiscaal voordeel voor de terugbetaling van haar hypothecaire lening omdat zij destijds bij de bank alleen de lening heeft afgesloten. Niettegenstaande Margo helpt met de terugbetaling van de lening van hun gezamenlijke woning, kan zij geen fiscaal voordeel genieten.

Kan Margo dan mede-ontlener en mede-eigenaar worden van de woning van Sabine? Hoe los je dat in praktijk  op een eenvoudige en goedkope manier op? Heeft zij dan ook automatisch recht op belastingvermindering? En wat als Sabine overlijdt? Mag haar partner Margo dan in de woning blijven wonen?

Wij helpen u graag verder met de gepaste oplossingen om er voor te zorgen dat Margo ook fiscaal voordeel kan genieten en in de woning kan blijven wonen mocht Sabine plots overlijden.

Contacteer ons voor meer informatie

[vfb id=5]  
Lees het volledige bericht

Lars en Jens wonen feitelijk samen, wat als Lars plots zou overlijden?

In welke mate bent u beschermd bij het overlijden van uw partner?

Lars en Jens wonen al vier jaar feitelijk samen. Het koppel heeft samen een woning gekocht die ze elk voor de helft hebben gefinancierd. Ze hebben ook een gemeenschappelijke zicht- en spaarrekening. Maar wat gebeurt er als Lars plots zou overlijden?

De nalatenschap van Lars wordt op basis van het wettelijk erfrecht verdeeld aan zijn wettelijke erfgenamen. Dat zijn de ouders, broers, zussen… van Lars. Zijn partner Jens krijgt als feitelijk samenwonende partner helemaal niets. Er bestaat immers geen wettelijk erfrecht tussen feitelijk samenwonenden. Bovendien bestaat het risico dat Jens hun woning zal moeten verlaten als hij het deel van de woning dat eigendom was van zijn overleden partner, niet kan overkopen van de familie van Lars.

Moeten zij dan een verklaring van wettelijk samenwoning afleggen bij de burgerlijke stand of trouwen? Of kunnen ze dit ook oplossen met een testament en/of een beding van aanwas? Wij helpen u graag verder met de gepaste oplossingen om te vermijden dat u naast de emotionele lijdensweg nog zou geconfronteerd worden met heel wat praktische en financiële problemen.

Contacteer ons voor meer informatie

[vfb id=5]
Lees het volledige bericht

Successieplanning voor zorgpersonen

Onze aandacht, zorgpersonen.

Een belangrijke zorg die bij veel mensen leeft is wat er zal  gebeuren als zij er niet meer zijn. Wij denken dan voornamelijk aan ouders van een kind met een verstandelijke beperking of een kind met een verslaving of een manisch-depressieve aandoening of aan demente personen.

Afhankelijk van de specifieke situatie is er een verschillend zorgprobleem:

  • Ouders van een verstandelijk beperkt kind zullen een antwoord wensen op de vraag: ‘Hoe kan ik ervoor zorgen dat mijn kind, na mijn overlijden, dezelfde kwalitatieve verzorging blijft krijgen en dezelfde levensstandaard kan genieten?
  • Heb je een kind met een manisch-depressieve aandoening of met een verslaving dan zal je bezorgdheid zijn dat na je overlijden je vermogen hieraan niet besteed wordt maar ook dat je kind de nodige opvolging krijgt om zijn probleem onder controle te krijgen of te houden.
  • Is je partner dement en je zou eerst overlijden, dan moet enerzijds de perfecte zorg gegarandeerd blijven maar anderzijds wil je ook de zekerheid dat alle administratieve en financiële zaken correct blijven opgevolgd.

Naast de zorggarantie is het belangrijk dat er controle is op de besteding van de middelen die je voor deze latere zorg hebt voorzien. Daarnaast moet ook de factuur van de erfbelasting worden beperkt.

Als ouder wil je dat je kind met een verstandelijke beperking niets tekort komt voor zijn verzorging. Als het kind na jouw overlijden erft, mogen bovendien de tegemoetkomingen die het kind ontvangt, niet in het gedrang komen. Als later het kind overlijdt, mag de door de erfgenamen verschuldigde erfbelasting niet te hoog oplopen. Heel wat bekommernissen die niet zomaar eenvoudig op te lossen zijn.

Een oplossing vind je in de oprichting van een Stichting. Je schenkt het geld voor de zorg aan de Stichting via een bankgift of een geregistreerde schenking. De schenkbelasting op een geregistreerde schenking aan een erkende Stichting  bedraagt 5,5%. Op een bankgift is er geen erfbelasting verschuldigd als je na de schenking nog 3 jaar in leven blijft. Ook via testament (duolegaat bijvoorbeeld) of via een overlijdensverzekering kan je fiscaal voordelig iets nalaten aan een erkende instelling. Hier bedraagt het tarief van de erfbelasting 8,5%.

Wat na het overlijden van het zorgkind overblijft, gaat naar bijvoorbeeld broer of zus van het overleden kind en dit aan een voordeeltarief van 7%. Dit kan zelfs aan 0% indien dit door de fiscus wordt beschouwd als de uitvoering van het belangeloos doel. Bij een normale overdracht bij het overlijden van de zorgpersoon loopt de erfbelasting al snel op tot 55%.

Deze techniek kan je ook toepassen om de zorg van je demente partner te verzekeren na je overlijden. Hierdoor kan je vermijden dat de gelden bij je overlijden bij de kinderen terecht komen. Wat overblijft van het zorgbedrag kan dan (eventueel gespreid) nagelaten worden aan de kinderen. Op die manier optimaliseer je jouw successieplanning.

Om zelf een Stichting op te richten beschik je misschien niet over voldoende middelen. In een traditionele planning met een zorgkind wordt er dikwijls bepaald dat wat overblijft na het overlijden van de beschermde persoon, hetzij in een eigen Stichting hetzij in het vermogen van het zorgkind, naar de verzorger gaat. Dit zou bepaalde mensen op verkeerde ideeën kunnen brengen om zo weinig mogelijk uit te geven aan zorg. Dit in de veronderstelling dat zij het legaat en dus ook de last van de zorg, aanvaarden. Aanvaarden zij dit niet, dan valt je volledige planning in duigen. Om nog maar niet te spreken over de omstandigheid dat zij weleens vroeger zouden kunnen overlijden dan de beschermde persoon.

Binnen de Stichting wordt daarom een fonds op naam van het zorgenkind, de demente persoon, de verslaafde of andere behoeftige persoon opgericht zodat de middelen daadwerkelijk worden aangewend voor de betrokken persoon. De bedoeling van elk fonds op naam is het welzijn en de levenskwaliteit van de beschermde persoon te verzekeren.

Het geld wordt beheerd door personen die je als inbrenger zelf aanduidt. Daarnaast wordt er in de Stichting één externe beheerder toegevoegd die de controle verzekert. Bij overlijden van de zorgpersoon kan het saldo dat overblijft overgemaakt worden aan een persoon die aangeduid wordt door de inbrenger, maar het geld kan ook in de Stichting blijven.

De Stichting werkt samen met gespecialiseerde centra waardoor de continuïteit en doeltreffendheid van de zorgondersteuning worden verzekerd als jij er niet meer bent.

De Stichting streeft naar gemoedsrust bij mensen die met een dergelijke toestand geconfronteerd worden. Dankzij de Stichting verzeker je de zorg voor je geliefden en dit op een fiscaal interssante manier.

Voor meer informatie over successieplanning voor zorgpersonen, kan je terecht bij iTarget.

Lees het volledige bericht

Hoe bouwt u als zelfstandige vandaag het best uw aanvullend pensioen op?

Door de vele wetswijzigingen is het niet altijd even duidelijk hoe je vandaag als zelfstandige het best te werk gaat om een aanvullend pensioen op te bouwen.

Wij bekijken kort de recentste wijzigingen.

  1. Tarief vennootschapsbelasting daalt

Als je een vennootschap hebt, kan de vennootschap een IPT (individuele pensioentoezegging) afsluiten voor jou als zelfstandig bedrijfsleider. De premie is 100% aftrekbaar voor het bedrijf en het uitgekeerde kapitaal wordt bij de bedrijfsleider op pensioenleeftijd belast, in principe aan 10%.

Doordat het tarief van de vennootschapsbelasting trapsgewijs daalt (33,99%, vanaf 2018: 29,58% , vanaf 2020: 25%), heeft men er belang bij om nu nog een IPT-premie te storten omdat het fiscaal voordeel groter is.

  1. Hogere minimumbezoldigingseis voor bedrijfsleiders

De regering besliste in het zomerakkoord dat vennootschappen vanaf 2018 een brutojaarbezoldiging van minimum 45.000 euro moeten uitkeren aan minstens één bedrijfsleider om aanspraak te kunnen maken op het verlaagd vennootschapsbelastingtarief (20% op de eerste schijf van 100.000 euro). Vroeger bedroeg de minimumbezoldiging 36.000 euro op jaarbasis. Door de hogere bezoldiging, heb je wel meer ruimte binnen de 80%-regel om een aanvullend pensioen op te bouwen in de tweede pijler.

  1. Pensioenovereenkomst voor zelfstandigen

Een zelfstandige zonder vennootschap kan naast een Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen (VAPZ) sinds 1 juli 2018 ook een PensioenOvereenkomst voor Zelfstandigen (POZ) afsluiten. De maximumpremie die kan gestort worden hangt af van de 80%-regel. Het fiscaal voordeel op de premie bedraagt 30% belastingvermindering. Bij uitkering op pensioenleeftijd wordt de zelfstandige belast aan 10%.

  1. Duaal pensioensparen

Binnen de derde pensioenpijler kan het maximum pensioenspaarbedrag van 960 euro opgetrokken worden naar 1.230 euro per belastingplichtige. Kiest je voor het hoger bedrag, dan bedraagt de belastingvermindering slechts 25% in plaats van 30%. Duaal pensioensparen is bijna alleen interessant als je de volledige 1.230 euro per jaar spaart.

Besluit

Als zelfstandige ga je bij de opbouw van jouw aanvullend pensioen het best als volgt tewerk:

  1. VAPZ (max. 3.187,04 euro, gewoon VAPZ)
  2. Pensioensparen (960 euro)
  3. Lange termijnsparen (max. 2310 euro)
  4. POZ (max. 80%-regel)

Als je werkt onder vennootschap kan de vennootschap nog een IPT en/of groepsverzekering afsluiten. De maximumpremie wordt bepaald in functie van de 80%-regel.

 

 

 

 

 

 

 

Lees het volledige bericht

Verlaging registratierechten vanaf 1 juni 2018

Verlaging registratierechten in het Vlaamse Gewest

Het verlaagd tarief registratierechten van 5% bij de aankoop van een woning met een bescheiden KI (= ‘klein beschrijf’) wordt geschrapt.

Ook de stelsels van ‘abattement’ waarbij de heffingsgrondslag voor de berekening van het verkooprecht wordt verlaagd, zullen verdwijnen. In de plaats daarvan komt een nieuw verlaagd tarief van 7% bij de aankoop van een woning. Het 7%-tarief is van toepassing bij de aankoop van een woning in volle eigendom die dient als hoofdverblijfplaats. De kopers moeten binnen de twee jaar na de aankoopakte ingeschreven zijn op dit adres. De kopers mogen nog geen eigenaar zijn van een andere woning of een stuk bouwgrond. Het verlaagde tarief geldt niet voor de aankoop van (bouw)gronden.

Het verlaagd tarief is ook van toepassing bij de aankoop van een woning die verhuurd wordt aan een sociaal verhuurkantoor.

Als de koper de woning energetisch renoveert daalt het tarief naar 6%. Gaat het om een ‘onroerend erfgoed’ waarin de koper bepaalde investeringen uitvoert, daalt het tarief tot 1%.

In de aankoopakte moet uitdrukkelijk de toepassing van het verlaagd tarief worden gevraagd.

Het KI speelt bij de bepaling van het verlaagd tarief geen rol meer. Er kan wel een vermindering van het verkooprecht worden toegepast van 5 600 euro (indien het 7%-tarief geldt) of 4 800 euro (indien het 6%-tarief geldt) indien de belastbare grondslag niet hoger is dan 200 000 euro. Deze grondslag kan met 20 000 euro worden verhoogd indien de woning gelegen is in bepaalde kernsteden of gemeenten van de Vlaamse Rand rond Brussel.

De reeds betaalde rechten kunnen onder bepaalde voorwaarden en binnen bepaalde grenzen in rekening worden gebracht bij een nieuwe aankoop (= meeneembaarheid).

De nieuwe regeling is geldig voor alle verkoopovereenkomsten vanaf 1 juni 2018. Hierbij wordt de datum van de onderhandse verkoopovereenkomst in aanmerking genomen. Als men niet voldoet aan de voorwaarden zal bij een aankoop het gewone tarief van 10% worden toegepast.

Lees het volledige bericht

Successieplanning voor beginners

Successieplanning voor beginners,

Bart Chiau

Het taboe rond het vooraf plannen van onze nalatenschap verdwijnt stilaan. Een goed uitgedokterde successieplanning geeft gemoedsrust, bespaart erfbelasting en zal discussies tussen erfgenamen vermijden. Zo beslist u zelf wat er na uw overlijden met uw huis en uw spaargeld zal gebeuren.

Het wettelijk erfrecht is echter niet aangepast aan de huidige maatschappij. Denk maar eens aan samenwonenden, singles, nieuw samengestelde gezinnen… Zij vinden geen antwoorden binnen het bestaande erfrecht en moeten zelf op zoek naar oplossingen. Successieplanning voor beginners helpt hen daarbij.

Bart Chiau gebruikt talrijke voorbeelden, tips en beperkt zich zeker niet tot grote vermogens. Iedereen heeft baat bij enkele eenvoudige technieken waarmee u wettelijk erfrecht kunt bijsturen. Dit boek geeft daartoe een aantal voorzetten.

Deze handige gids voor leken is daarom ook bruikbaar voor bankiers, verzekeringstussenpersonen, accountants, financial planners, fiscalisten, advocaten, medewerkers notariaat en in het onderwijs.

-> Met de regels van het nieuwe erfrecht!

Voor meer informatie kan u ons steeds contacteren. 

 

Lees het volledige bericht

Als uw huurders uit elkaar gaan

Einde relatie en huurcontract

Indien beide partners het huurcontract ondertekenden, blijven beiden huurder zolang het huurcontract loopt, ongeacht hun samenlevingsvorm (feitelijk samenwonend, wettelijk samenwonend, gehuwd). Beide huurders moeten samen opzeggen om het huurcontract correct te beëindigen.

Echtscheiding/relatiebreuk

Bij een breuk moeten de huurders onderling afspreken wie in de woning blijft wonen. Bij echtscheiding of relatiebreuk kan degene die vertrekt niet zomaar onder het huurcontract uit. Het huurcontract blijft bestaan tijdens de echtscheidingsprocedure. Als één van de partners de huurwoning verlaat, blijft die aansprakelijk voor de betaling van de huur zolang het huurcontract niet werd aangepast. Ook na de echtscheiding/relatiebreuk kan de verhuurder de vertrekkende partner nog aanspreken voor de betaling van de huur want hij blijft nog steeds huurder. Er moeten afspraken worden gemaakt met de verhuurder. De huurder die het huis of het appartement verlaat, moet geschrapt worden uit de huurovereenkomst zodat hij niet meer kan aangesproken worden voor de betaling van de huur na de scheiding.

Na een echtscheiding moet de echtgenoot die de huurovereenkomst niet ondertekende de huurwoning verlaten, tenzij de vrederechter in het kader van dringende en voorlopige maatregelen de toestemming geeft om daar nog te blijven wonen (ook mogelijk bij wettelijk samenwonenden). Deze maatregelen kunnen gelden voor de duurtijd van de feitelijke scheiding of voor een door de vrederechter te bepalen beperkte termijn. Aan wie het huurrecht uiteindelijk zal toekomen is een beslissing die zal genomen worden tijdens de echtscheidingsprocedure en die uitwerking heeft na de echtscheiding. Bij een echtscheiding is het aan te raden om te gaan onderhandelen met de verhuurder zodat de situatie voor alle partijen (de beide huurders en de verhuurder) duidelijk is. Wat er gebeurt met het huurcontract naar aanleiding van een feitelijke scheiding is afhankelijk van wat de rechter beslist want de wetgever heeft hier niets over bepaald.

Indien een koppel uit elkaar gaat, neemt men dus best contact op met de verhuurder om het huurcontract te laten aanpassen zodat eventuele achterstallige huur niet meer kan verhaald worden op de partner die er niet meer woont. De eigenaar kan de partner die vertrekt ontslaan van al zijn verplichtingen of er kan een nieuw huurcontract worden opgemaakt op naam van de partner die in de huurwoning blijft wonen. Indien er geen akkoord is van de verhuurder blijven beide partners gehouden tot alle huurverplichtingen. De vrederechter is in dat geval bevoegd om dringende en voorlopige maatregelen te nemen bij onenigheid tussen de partners. Deze beslissing van de vrederechter geldt enkel ten aanzien van de ex-partners en niet ten aanzien van de verhuurder.

Om problemen te vermijden kunnen samenwonenden in een overeenkomst, eventueel in het samenlevingscontract, vastleggen wie in de woning mag blijven wonen na een relatiebreuk. Deze overeenkomst is echter niet bindend voor de verhuurder.

Opzeg door verhuurder

Als de verhuurder het huurcontract wil opzeggen omdat er nog maar één huurder meer overblijft in plaats van twee, en bijgevolg het risico op niet-betaling van de huur groter wordt, moet hij de wettelijke regels van opzegging volgen. Deze regels hebben betrekking op de duur van het contract en de reden. Met de opzeg kan een vergoeding gepaard gaan.

Solidariteitsclausule

Een huurcontract moet gedeeld worden tussen de huurders, tenzij er contractueel andere afspraken werden gemaakt. Indien in het huurcontract  een solidariteitsclausule opgenomen is, kan de verhuurder elke huurder aanspreken voor de betaling van de volledige huur. De verplichtingen in het huurcontract zijn dan ondeelbaar en hoofdelijk ten aanzien van de verhuurder. Indien er geen solidariteitsclausule in het huurcontract staat, is elke medehuurder enkel verantwoordelijk voor de betaling van zijn deel  van de huur en eventuele schadevergoedingen (bv. elke partner de helft). De verhuurder kan zich dan alleen richten tot de niet-betaler van de huur.

Plaatsbeschrijving

Bij een breuk is het aan te raden een nieuwe plaatsbeschrijving op te maken zodat de eventuele schade op het moment van de relatiebreuk nog kan worden toegerekend aan beide huurders. Probleem is dat een plaatsbeschrijving geld kost en dat de verhuurder de helft dient te betalen. Het is dan ook mogelijk dat de verhuurder daarom geen nieuwe plaatsbeschrijving wenst. De ex-partners zouden dan onderling tot een akkoord moeten komen voor de vergoeding van eventuele schade tijdens hun samenwonen.

Andere mogelijke aandachtspunten:

Aan wie moet de verhuurder opzeggen?

De verhuurder moet in principe twee opzegbrieven versturen als hij aan een koppel verhuurt. Eventueel kunt u één brief versturen, gericht aan de twee huurders, die beiden voor ontvangst tekenen.

Verhuurt u aan één persoon dan volstaat uiteraard één opzegbrief. Maar wat als die persoon intussen samenwoont in de huurwoning?

Gaat het om feitelijke samenwoning, dan volstaat één brief. De partner die de huurovereenkomst ondertekent heeft als enige rechten en plichten.

Wonen de partners wettelijk samen (verklaring van wettelijke samenwoning afgelegd) of zijn ze gehuwd, dan wordt verondersteld dat de huurovereenkomst met betrekking tot de gezinswoning (hoofdverblijfplaats) door beide partners is aangegaan, ook wanneer de huurovereenkomst vóór de wettelijke samenwoning of het huwelijk werd afgesloten door één partner. Dit heeft te maken met de bescherming van de gezinswoning. Bij een opzeg moet de verhuurder beide partners opzeggen om rechtsgeldig te zijn. Omgekeerd moeten beide partners ook opzeggen als ze het huurcontract (ondertekend door één van hen) willen beëindigen.

Maar hoe weet u als verhuurder dat uw huurder ondertussen getrouwd is of wettelijk samenwoont?  Om zeker te zijn vraagt u bij de burgerlijke stand best een ‘bewijs of attest van woonst’ op voor het adres van de huurwoning. Hierop wordt de naam van de huwelijks- of wettelijk samenwonende partner vermeld. U weet dan als verhuurder onmiddellijk aan wie u een opzegbrief moet sturen. Bij uw aanvraag aan de dienst bevolking kan u het huurcontract meesturen zodat u kan aantonen waarom u deze gegevens nodig heeft want sommige diensten zullen dat niet willen afleveren in het kader van de bescherming van de privacy. Als verhuurder kunt u met het huurcontract uw belang aanduiden. U kunt uw opzegbrief ook versturen aan ‘de huurder en eventuele wettelijke medehuurder’. Op die manier zit daar ook automatisch de wettelijk samenwonende of huwelijkspartner bij die het contract niet hebben ondertekend.

Indien slechts één partner het huurcontract heeft ondertekend en die blijft in de huurwoning wonen na echtscheiding/relatiebreuk, dan blijft die uiteraard de huurder. De vertrekkende partner die het huurcontract niet heeft ondertekend, kan dan na de breuk niet meer aangesproken worden voor de betaling van de achterstallige huur. Na de echtscheiding of de stopzetting van de wettelijke samenwoning bent u als vertrekker immers geen wettelijke medehuurder meer.

Indien slechts één partner het huurcontract heeft ondertekend en die verlaat de huurwoning na echtscheiding/relatiebreuk, dan kan de vertrekker het huurcontract opzeggen. De verhuurder moet dan zo snel mogelijk een nieuw huurcontract afsluiten met de blijver (huurwaarborg,  plaatsbeschrijving….).

Als verhuurder laat u het huurcontract best tekenen door beide echtgenoten of samenwonende partners. Op die manier kunt u na een relatiebreuk eventuele achterstallen verhalen op beide ex-partners. Heeft u als verhuurder een huurcontract afgesloten met uw huurder en hij gaat later feitelijk samenwonen in de huurwoning, dan kan u voorstellen om de partner mee op te nemen als medehuurder in het huurcontract. Op die manier kunt u ook de nieuwe partner aanspreken voor de betaling van de huur.

Wettelijk erfrecht

De  huwelijkspartner en wettelijk samenwonende partner erven het vruchtgebruik van de gezinswoning, ook als dit een huurwoning is. Als slechts één van beide partners het huurcontract heeft ondertekend en die partner overlijdt, maar is ondertussen getrouwd of wettelijk samenwonend, erft de langstlevende partner (die het huurcontract niet heeft ondertekend) het vruchtgebruik op de gezinswoning.. Het huurrecht maakt deel uit van de nalatenschap. De langstlevende echtgenoot kan wat betreft dat huurrecht op de gezinswoning niet worden onterfd omdat hij een reservatair erfgenaam is. Bij wettelijk samenwonenden is dit geen gewaarborgd minimum erfrecht en zou dit dus testamentair kunnen ontnomen worden van de langstlevende wettelijk samenwonende partner.

Bart Chiau

Lees het volledige bericht

Successieplanning is meer dan erfbelasting besparen

 

Bij een betere successieplanning gaan gemoedsrust, bescherming én een voordelige successiefactuur hand in hand.

Luisteren

De basis van successieplanning is luisteren. Financial planners, vermogensplanners, financieel architecten, vermogensadviseurs…  verliezen zich maar al te vaak in het verkopen van standaardoplossingen bij vermogensplanning. Velen vergeten tijdens hun professioneel verkoopgesprek dan ook te luisteren naar hun klant. Successieplanning moet aangepast zijn aan de individuele situatie van elke klant. Men kan niet zomaar snel een oplossing uit het rek nemen dat iedereen past. In successieplanning is elke situatie uniek.

Klant is koning

Successieplanning vergt een open geest en een wit blad. Men gaat met de klant, al dan niet vergezeld van zijn familie of begiftigden, aan tafel zitten.

Enkele vragen die men zich moet stellen:

  • Wat zijn de gevoeligheden binnen de familie?
  • Hoe is de onderlinge verstandhouding?
  • Wie wil men na zijn overlijden beschermen?
  • Ligt de focus eerder op onroerend goed, bv. de gezinswoning of de tweede eigendom, of draait het vooral rond roerende goederen, bv. de beleggingsportefeuille of de kunstcollectie?
  • Zijn er kinderen uit een vorige relatie die men zoveel mogelijk wil uitsluiten of net iets meer wil geven?
  • Wat is er al geschonken?
  • Hoe ziet het totale roerend en onroerend vermogen er momenteel uit?
  • Weet de klant hoe het wettelijk erfrecht in elkaar zit als hij niets onderneemt?
  • Bij welke regeling voelt de klant zich goed?

Allemaal essentiële vragen waarop men eerst een duidelijk antwoord moet kennen vooraleer een degelijk successieplan uit te werken. Deze antwoorden vormen het fundament van een goeie planning. Op basis van de noden van de klant gaat men daarna op zoek naar de meest voordelige oplossingen. Hierbij houdt men rekening met het kostenplaatje en het fiscale luik, nl. de verschuldigde erfbelasting. Het is best mogelijk dat een klant een aanzienlijke som testamentair wil nalaten aan een nichtje, wetende dat zij daar veel erfbelasting zal moeten op betalen. Het is belangrijk dat de klant, de eigenaar van het vermogen, zich goed voelt bij zijn successieplanning. Men mag zich niet blindstaren op ingenieuze technieken die enkel en alleen dienen om de erfbelasting buiten spel te zetten.

Update

Bij een successieplan maakt men een foto op een welbepaald ogenblik. De planning moet op regelmatige basis geëvalueerd en bijgestuurd worden. De onderlinge relaties en de financiële situatie wijzigen doorheen de tijd. Een regelmatige update van de planning is dan ook van essentieel belang.

Indien u meer wil weten hoe u een optimaal successieplan kan opmaken, contacteer iTarget op het nummer 09/245.20.59 of via de website http://www.iTarget.be.

Lees het volledige bericht

Geleend in 2015 of 2016? Dan kunt u nog extra fiscaal voordeel genieten!

Geleend in 2015 of 2016? Dan kunt u nog extra fiscaal voordeel genieten! 

Leningen afgesloten in 2016

 In het Vlaamse gewest is de nieuwe geïntegreerde woonbonus van toepassing voor leningen gesloten in 2016. In de wetgeving is er nog geen koppeling voorzien tussen deze nieuwe geïntegreerde woonbonus en de federale fiscale korf voor het lange termijnsparen. Bijgevolg kan een inwoner van Vlaanderen die in 2016 heeft geleend voor zijn eigen woning, voor aanslagjaar 2017 (inkomsten 2016) zowel de maximale voordelen van de geïntegreerde Vlaamse woonbonus genieten als de federale fiscale korf opvullen met premies van individuele levensverzekeringen in het kader van het lange termijnsparen (3de pensioenpijler).

Het bedrag van de premies dat fiscaal voordeel oplevert in het lange termijnsparen, wordt berekend op basis van het belastbaar netto beroepsinkomen (NBI). Voor inkomsten 2016 (aanslagjaar 2017) wordt de fiscale korf als volgt bepaald: 6% van het NBI + € 169,20 met een absoluut maximum van  € 2260. Het belastingvoordeel bedraagt 30% belastingvermindering op de betaalde premie. In 2016 kunt u op die manier nog € 678 extra belastingvermindering genieten!

Leningen afgesloten in 2015

Voor leningen gesloten in 2015 die in aanmerking komen voor de Vlaamse woonbonus blijft er voor aanslagjaar 2017 nog een extra marge van voor lange termijnsparen maximum  € 740. Het extra fiscaal voordeel bedraagt hier ook 30% belastingvermindering of maximum € 222.

Leningen in Wallonië

In het Waalse gewest is voor leningen gesloten in 2016 de woonbonus vervangen door de ‘Chèque Habitat’. In de wet is er ook nog geen koppeling voorzien tussen de ‘Chèque Habitat’ en de federale fiscale korf lange termijnsparen. Bijgevolg kan een inwoner van Wallonië die in 2016 heeft geleend voor zijn eigen woning voor het aanslagjaar 2017 zowel de voordelen van de ‘Chèque Habitat’ genieten als de federale fiscale korf opvullen met premies van individuele levensverzekeringen in het lange termijnsparen (max.  € 2260) .

Besluit

Het extra fiscaal voordeel verhoogt uw rendement van uw spaarverzekering. Een lange termijnspaarcontract is bijgevolg een valabel alternatief voor andere spaarproducten. Afsluiten vóór 31 december 2016 is de boodschap!

Contacteer ons vrijblijvend voor meer informatie én u kan dit jaar nog tot € 678 minder belastingen betalen.

Kurt De Sager

  [vfb id=5]
Lees het volledige bericht

Intrekken bij jouw partner en ook genieten van de woonfiscaliteit

Nieuwe samenlevingsvormen (vb. Kristel en Ann) Intrekken bij jouw partner en ook genieten van de woonfiscaliteit Kristel heeft voor de aankoop van haar woning een hypothecaire lening afgesloten. Haar partner Ann komt bij haar inwonen. Ann wil ook haar duit in het zakje doen en bijdragen in de gemeenschappelijke kosten. Zij stort maandelijks een bedrag […]

Lees het volledige bericht

AG Target+ Dynamic Deep Value 90

Spaarbelegging

AG Target+ Dynamic Deep Value 90

 

Tijdelijke actieperiode van 7 november 2016 tot en met 16 december 2016

  • Bent u op zoek naar een potentieel interessant rendement?
  • Wilt u beleggen op 10 jaar?
  • Wilt u minstens 90 % van uw netto-inleg op einddatum recupereren?
  • Spreekt een belegging in een tak23-levensverzekering u aan?
  • Dan beantwoordt AG Target+ Dynamic Deep Value 90 zeker aan uw behoeften!

Met deze tak 23-beleggingsverzekering zorgt u voor een mooie diversificatie van uw

beleggingsportefeuille en mikt u op een potentieel interessante meerwaarde op lange termijn.

Het rendement van AG Target+ Dynamic Deep Value 90 is immers gekoppeld aan de prestaties

van de ‘Dynamic Deep Value Equity Europe (Price) index’. Die bestaat uit 30 Europese aandelen, geselecteerd op basis van een aantal degelijke kwalitatieve en financiele criteria. U belegt niet rechtstreeks in deze aandelen.

Hebt u interesse? Neem contact met ons op, samen bekijken we of deze belegging schikt is voor uw profiel. Maar wees snel want de actie loopt maar tot 16 december 2016.

[vfb id=5]  
Lees het volledige bericht

AG Target+ Dynamic Deep Value 90

AG Target+ Dynamic Deep Value 90   Tijdelijke actieperiode van 7 november 2016 tot en met 16 december 2016   Bent u op zoek naar een potentieel interessant rendement? Wilt u beleggen op 10 jaar? Wilt u minstens 90 % van uw netto-inleg op einddatum recupereren? Spreekt een belegging in een tak23-levensverzekering u aan? Dan beantwoordt […]

Lees het volledige bericht

AG Target+ Dynamic Deep Value 90

AG Target+ Dynamic Deep Value 90 Tijdelijke actieperiode van 7 november 2016 tot en met 16 december 2016   Bent u op zoek naar een potentieel interessant rendement? Wilt u beleggen op 10 jaar? Wilt u minstens 90 % van uw netto-inleg op einddatum recupereren? Spreekt een belegging in een tak23-levensverzekering u aan? Dan beantwoordt AG […]

Lees het volledige bericht

Successieplanning met levensverzekeringen

Nieuw boek “Successieplanning met levensverzekeringen” Bart Chiau

 

Als klant weet u dat u bij ons aan het goede adres bent voor al uw vragen rond successieplanning.

Met trots stellen wij u het nieuwe boek van Bart Chiau voor: ‘Successieplanning met levensverzekeringen’.

Dit interessante boek is het resultaat van talrijke opleidingen, artikels en individuele consultancy met betrekking tot dit onderwerp.

Bart schrijft op regelmatige basis voor de volgende magazines:

  • Trends
  • Tijdschrift voor notarissen
  • De Tijd
  • Life & Benefits
  • Libelle
  • Vitaya magazine

Bart heeft reeds een succesvol werk op de markt dat werd uitgegeven bij uitgeverij De Boeck ‘Gids Samenlevingsvormen: samenwonen of toch niet?’

Daarnaast is Bart gastprofessor aan UGent, geeft hij opleidingen in de financiële wereld en is hij een veel gevraagd gastspreker.

In dit nieuwe boek, uitgegeven bij Indicator, beschrijft hij de verschillende mogelijkheden om aan successieplanning te doen met een levensverzekering.

Levensverzekeringen kunnen een ideaal en eenvoudig instrument zijn bij successieplanning :
– als middel om aan vermogensoverdracht te doen;
– als middel om de specifieke wensen bij de successieplanning te realiseren;
– als instrument om erfbelasting te besparen.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Wenst u de know how van Bart te leren kennen?

 

Lees het volledige bericht

Verantwoord lenen

Een woonkrediet moet u vooruithelpen in het leven, het mag u geen financiële problemen bezorgen. Met een goede lening kunt u al uw gezonde en haalbare projecten verwezenlijken.

Leen weldoordacht

Let op, geld lenen kost ook geld. Een lening neemt u dus niet zomaar. Daarom bieden we u een aantal tips om uw budget in evenwicht te houden.

Ontdek de 5 gouden regels voor een evenwichtig budget

Denkt u eraan een lening te nemen? Houd dan zeker rekening met de volgende vuistregels.

  1. Kies een kredietinstelling die u een krediet biedt op maat van uw middelen en uw behoeften.
  2. Leen niet voor een groter bedrag dan wat uw budget kan dragen en bouw het liefst wat reserve in.
  3. Reken zorgvuldig uit welke reserve u nodig hebt: houd er rekening mee dat onvoorziene uitgaven roet in het eten kunnen gooien.
  4. Vooraleer systematisch een beroep te doen op een lening en hiervoor interesten te betalen, bekijk eerst of het niet interessanter is om uw eigen middelen aan te spreken, indien dit mogelijk is.
  5. Beheer het geleende geld zorgvuldig. Een lening is geen extra bron van inkomsten, u betaalt ervoor.

Hebt u vragen of twijfelt u over het aangewezen bedrag van de maandaflossing? Aarzel dan niet om contact op te nemen met ons, iTarget uw makelaar. 

Bron: www.demetris.be
Lees het volledige bericht

Waarom via ons uw woonkrediet afsluiten?

Wist u dat u bij ons ook terecht kan voor het afsluiten van een woonkrediet?

U bent bij ons aan het juiste adres voor uw woonkrediet, waarom?

 

 

  1. Wij luisteren naar uw behoeften
  2. persoonlijk advies
  3. zelfs bij u thuis
  4. onafhankelijk advies
  5. vrije keuze schuldsaldo
  6. een op maat uitgewerkte offerte
  7. een transparante oplossing
  8. fiscale hulp
  9. persoonlijke opvolging
  10. ervaren en professioneel

Bij iTarget mag u rekenen op een persoonlijke service, professionaliteit en een uitgebreide kennis.

Het loont zeker de moeite om een afspraak te maken voor een herfinanciering, nieuw woonkrediet… Mail Kurt@iTarget.be, telefoneer 09/245.20.59 voor een afspraak. Of via 

Weet: “Geld lenen dat kost geld”

Lees het volledige bericht

TIP: voor zelfstandigen zonder vennootschap, een POZ

Heeft u als zelfstandige geen vennootschap?

Als zelfstandige heeft u het nadeel dat uw pensioen veel lager is dan een loontrekkende. U kan dit deels oplossen met een VAPZ maar nadeel hiervan is dat dit beperkt is tot 8.17% van uw netto belastbaar inkomen.

Een IPT is niet mogelijk daar u geen vennootschap heeft. Eindelijk is er vanaf januari 2018 een oplossing, namelijk een POZ, Pensioentoezegging voor Zelfstandigen.

Waarom is een POZ interessant? De premies geven een fiscaal voordeel van 30%, een goed rendement op uw premies, combinatie met VAPZ mogelijk en het spaarbedrag mag veel hoger zijn dan uw VAPZ. Uw totale pensioenopbouw mag tot 80% van het gemiddelde van uw laatste 3 jaarlijkse brutolonen bedragen.

Lees het volledige bericht

Hoe uw gezin en uw onderneming optimaal beschermen?

U bent waarschijnlijk de sterkhouder van uw gezin en uw business. Uw geliefden kunnen op u rekenen. Maar wat gebeurt er met hen als u iets zou overkomen? Anticiperen op alles wat zich kan voordoen in een mensenleven is niet mogelijk, maar er bestaan wel oplossingen om:

  • uw gezin te beschermen;
  • de continuïteit van uw onderneming te verzekeren;
  • het aandeelhouderschap van uw onderneming te vrijwaren;
  • een investeringskredietlijn te dekken.

Dit alles moet betaald worden met één enkel inkomen. Privé kunt u een goede dekking afsluiten, maar dat geldt net zo goed voor uw onderneming. We maken even een stand van zaken op. En wat zijn de gevolgen voor uw onderneming? Die vraag kunt u zich beter stellen vóór het te laat is. Heel wat mensen gaan het onderwerp ‘overlijden’ liever uit de weg.

Nochtans komen we er allemaal ooit mee in aanraking. Een overlijden wekt niet alleen diep verdriet en rouwgevoelens op, maar kan de nabestaanden ook ernstige financiële kopzorgen opleveren. De vaste kosten blijven doorlopen, leningen moeten nog steeds terugbetaald worden, geplande verbouwingen of herinrichtingswerken van de woning blijven noodzakelijk, de kosten voor de studies van de kinderen blijven doorwegen op het budget enz.

Levensverzekering om uw gezin te beschermen

Een hypothecaire lening kan flink doorwegen op uw gezinsbudget. Als u plots overlijdt, is zelfs een schuldsaldoverzekering van 100 % vaak niet voldoende om financiële zorgen voor uw gezin uit te sluiten. Uw partner hoeft dan wel geen lening meer te betalen, maar wat met de vaste kosten en lopende uitgaven van het gezin? Denk aan kinderopvang voor de allerkleinsten, een auto voor de jongste die leert rijden, een kot voor de oudste … Dat zijn grote kosten die blijven, zonder uw inkomsten. Oplossingen?

  • Een aanvullende waarborg overlijden afgesloten in het kader van een vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen (VAPZ), een individuele pensioentoezegging (IPT) of een RIZIV-contract.
  • Een levensverzekering die bij overlijden de uitbetaling van een kapitaal garandeert, bijvoorbeeld om de levensstandaard van uw geliefden veilig te stellen of om niet-geregistreerde schenkingen ofsuccessiekosten te dekken. Uw onderneming kan die verzekering financieren. U laat niets aan het toeval over.

Levensverzekering om uw onderneming te beschermen

Uw zaak is uw levenswerk. Mocht u echter plots wegvallen, bestaat de kans dat u uw medewerkers, aandeelhouders, familie … opzadelt met grote financiële zorgen. Ga dus voor een optimale bescherming, voor alle partijen. Met een levensverzekering staat uw onderneming op financieel vlak al een pak steviger in haar schoenen:

  • Een levensverzekering, afgesloten door de onderneming, die de uitbetaling garandeert van een kapitaal in geval van overlijden van de bedrijfsleider om een ervaren consultant te kunnen aanwerven op lange termijn om de continuïteit te verzekeren en te investeren in blijvende oplossingen.
  • Een levensverzekering waarbij elke aandeelhouder de begunstigde is van het uitgekeerde kapitaal, mocht de andere overlijden. Zo is het aandeelhouderschap, net als de onderneming zelf, beveiligdtegen de mogelijke gevolgen van het overlijden van een van de bedrijfsleiders. De overblijvende aandeelhouder zou beschikken over de financiële slagkracht om de aandelen van de overledene over te kopen van diens nabestaanden.
  • Een levensverzekering die in geval van overlijden een kapitaal aan de onderneming uitbetaalt dat overeenstemt met alle huidige en latere investeringen. Dankzij het overlijdenskapitaal kan de onderneming bijvoorbeeld het investeringskrediet terugbetalen.

Zowel voor uw gezin als voor uw onderneming bieden deze oplossingen een optimale financiële bescherming in geval van overlijden. Aarzel niet om me te contacteren. Eerst bespreken we samen deze delicate onderwerpen en nadien krijgt u advies op maat van uw professionele en familiale situatie.

Bron www.aginsurance.be

 

Lees het volledige bericht


Standpunten VLABEL met betrekking tot levensverzekeringen

Auteur: Bart Chiau

Nu de Vlaamse belastingdienst (VLABEL) bevoegd is voor de inning van de schenk-, registratie- en erfbelasting, heeft zij een aantal opmerkelijke standpunten ingenomen met betrekking tot levensverzekeringen. In dit artikel bespreken we de levensverzekering met twee verzekeringsnemers, de levensverzekering met een conventioneel beding van terugkeer en de verzekeringsgift.

  1. Levensverzekering met twee verzekeringsnemers

Bij een contract met twee verzekeringsnemers gaat men er van uit dat beide verzekeringsnemers voor de helft de begunstigde(n) willen bevoordelen. Een levensverzekering afgesloten door twee echtgenoten op hun hoofd, met als begunstigde bij overlijden van de langstlevende hun kind, is onderworpen aan erfbelasting bij het overlijden van de eerste verzekeringsnemer op basis van art. 2.7.1.0.6, §1, tweede lid VCF. De erfbelasting is verschuldigd op de helft van de afkoopwaarde op het moment van overlijden van de eerste verzekeringsnemer. Bij het overlijden van de tweede verzekeringsnemer wordt de prestatie uitgekeerd. De uitkering valt onder toepassing van art. 2.7.1.0.6, §1, eerste lid VCF. Op dat moment wordt het verschil tussen de waarde bij het eerste overlijden en het bedrag van de uitkering bij het overlijden van de tweede verzekeringsnemer belast. Het standpunt van VLABEL houdt echter geen rekening met het feit dat de rechten van het contract bij het overlijden van de eerste verzekeringsnemer meestal worden overgedragen naar de tweede verzekeringsnemer waardoor de reserve volledig terecht komt bij de langstlevende. Bij het overlijden van de eerste verzekeringsnemer is er erfbelasting verschuldigd door de begunstigde maar de langstlevende verzekeringsnemer zou deze begunstigde nog kunnen wijzigen want hij beschikt over alle rechten van het contract. De begunstigde is dus nooit zeker dat hij de prestatie ook effectief zal ontvangen.

  1. Levensverzekering met conventioneel beding van terugkeer

Bij een levensverzekering waarbij bijvoorbeeld een grootouder een bedrag schenkt aan zijn kleinkind met als last het geld te beleggen in een levensverzekering, werkt men dikwijls met een beding van terugkeer. Dit betekent dat het geschonken geld zal terugkeren naar de schenker (de grootouder) indien de begiftigde (het kleinkind) overlijdt vóór de schenker. De schenker koppelt een verplichting aan de schenking om een levensverzekering af te sluiten op naam van de begiftigde en met de schenker als begunstigde bij overlijden. Op die manier wordt de terugkeer van het geschonken bedrag verzekerd bij vooroverlijden van de begiftigde. Deze terugkeer is niet aan erfbelasting onderworpen op voorwaarde dat datum en voorwerp van de schenking worden aangetoond, er een beding van terugkeer is overeengekomen en er een verzekeringscontract werd afgesloten met als doel de bedongen terugkeer te verzekeren. Art. 2.7.1.0.6, §1, eerste lid, VCF is enkel van toepassing als het gaat om een ‘kosteloos’ beding ten behoeve van de begunstigde. Het beding van terugkeer is geen ‘kosteloos’ beding omdat de schenker een vordering heeft op de nalatenschap van de overleden begiftigde. Bijgevolg is er geen erfbelasting verschuldigd. VLABEL volgt hier het Federale standpunt van 2007 maar de bewijsmogelijkheden worden versoepeld. Ofwel kan men het bewijs leveren aan de hand van het verzekeringscontract waarin melding wordt gemaakt van de bedongen terugkeer van de schenking, ofwel kan men de schenkingsakte voorleggen waarin het afsluiten van de polis als last wordt bedongen.

  1. Verzekeringsgift

Standpunt VLABEL

Een vrijstelling door middel van een verzekeringsgift is niet meer mogelijk, zelfs al werd er al schenkbelasting betaald op de afkoopwaarde (standpunt nr. 15133 van 12 oktober 2015). Ondanks de verzekeringsgift blijft de begunstiging via het verzekeringscontract volgens VLABEL een ‘door de erflater gemaakt beding’ waarop erfbelasting verschuldigd blijft. Bovendien betreft het voorwerp van de verzekeringsgift enkel en alleen de rechten die de verzekeringsnemer heeft ten aanzien van de verzekeraar en niet de prestatie bij het overlijden van de verzekerde. Bijgevolg kan de uitzondering die stelt dat ‘een beding ten behoeve van een derde’ niet onderworpen is aan erfbelasting als er al schenkbelasting werd betaald (art. 2.7.1.0.6, §2, lid 3, 1° VCF), niet ingeroepen worden. De begunstigde ontvangt de prestatie in zijn hoedanigheid van begunstigde en niet in zijn hoedanigheid van nieuwe verzekeringsnemer. Dit standpunt is van toepassing op alle overlijdens vanaf 1 maart 2016, ongeacht de schenkingsdatum. In Brussel en Wallonië blijft een verzekeringsgift met vrijstelling van successierechten vooralsnog wel mogelijk.

Hoe kunt u dan toch nog erfbelasting vermijden?

Om alsnog erfbelasting te vermijden moet u na de verzekeringsgift de begunstigde wijzigen. Belangrijk hier is dat de nieuw aangewezen begunstigde niet dezelfde begunstigde is als diegene die werd aangewezen door de oorspronkelijke verzekeringsnemer. Op die manier gaat het niet meer om een ‘door de erflater gemaakt beding’ maar om een ‘door een derde gemaakt beding’. Dus we vertrekken van AAB (beding ten behoeve van een derde). Vroeger schonk A de rechten aan B om op die manier een BAB-constructie te verkrijgen (beding ten behoeve van zichzelf) en erfbelasting te vermijden. Nu moeten we nog een stap verder gaan en dient B de begunstiging te wijzigen naar C (bv. de kinderen of de partner van de nieuwe verzekeringsnemer). We creëren op die manier een BAC-constructie. Bij overlijden van A is C geen erfbelasting verschuldigd. Als de begunstiging wordt gewijzigd door de nieuwe verzekeringsnemer en niet door de erflater, wordt art. 2.7.1.0.6 VCF niet toegepast in de nalatenschap van de erflater. De vrijstelling van erfbelasting is niet definitief. Mocht de nieuwe verzekeringsnemer overlijden binnen de drie jaar na de uitkering (bij leven of bij overlijden), dan is er alsnog erfbelasting verschuldigd (art. 2.7.1.0.6 VCF wordt dan toegepast in de nalatenschap van de verzekeringsnemer). Het is niet toegestaan om als begiftigde van de schenking zichzelf te ‘herbevestigen’ als nieuwe begunstigde. Een tijdelijke wijziging van de begunstigde, waarbij men kort nadien opnieuw de oorspronkelijke begunstigde aanduidt, zal aanzien worden als fiscaal misbruik.

 

Lees het volledige bericht

Verzekeringsgift niet langer vrij van erfbelasting

Auteur: Bart Chiau

De beleggingsverzekering is een nuttig instrument om aan successieplanning te doen. Dankzij de verzekeringsgift kon een levensverzekering geschonken worden zonder dat de begiftigde daar erfbelasting moest op betalen. Er was enkel schenkbelasting verschuldigd (3 of 7%). In Vlaanderen is de verzekeringsgift echter niet langer vrijgesteld van erfbelasting.

Standpunt Vlaamse belastingdienst
Nu de Vlaamse belastingdienst (VLABEL) bevoegd is voor registratie- en erfbelasting is een vrijstelling door middel van een verzekeringsgift niet meer mogelijk, zelfs al werd er al schenkbelasting betaald op de afkoopwaarde (standpunt nr. 15133 van 12 oktober 2015). Ondanks de verzekeringsgift blijft de begunstiging via het verzekeringscontract volgens VLABEL een ‘door de erflater gemaakt beding’ waarop erfbelasting verschuldigd blijft. Bovendien betreft het voorwerp van de verzekeringsgift enkel en alleen de rechten die de verzekeringsnemer heeft ten aanzien van de verzekeraar en niet de prestatie bij het overlijden van de verzekerde. Bijgevolg kan de uitzondering die stelt dat ‘een beding ten behoeve van een derde’ niet onderworpen is aan erfbelasting indien er al schenkbelasting werd betaald (art. 2.7.1.0.6, §2, lid 3, 1° VCF), niet ingeroepen worden. De begunstigde ontvangt de prestatie in zijn hoedanigheid van begunstigde en niet in zijn hoedanigheid van nieuwe verzekeringsnemer. Dit standpunt is van toepassing op alle overlijdens vanaf 1 maart 2016, ongeacht de schenkingsdatum. In Brussel en Wallonië blijft een verzekeringsgift met vrijstelling van successierechten vooralsnog wel mogelijk.

Hoe kunt u dan toch nog erfbelasting vermijden?
Om alsnog erfbelasting te vermijden moet u na de verzekeringsgift de begunstigde wijzigen. Belangrijk hier is dat de nieuw aangewezen begunstigde niet dezelfde begunstigde is als diegene die werd aangewezen door de oorspronkelijke verzekeringsnemer. Op die manier gaat het niet meer om een ‘door de erflater gemaakt beding’ maar om een ‘door een derde gemaakt beding’. Dus we vertrekken van AAB (beding ten behoeve van een derde). Vroeger schonk A de rechten aan B om op die manier een BAB-constructie te verkrijgen (beding ten behoeve van zichzelf) en erfbelasting te vermijden. Nu moeten we nog een stap verder gaan en dient B de begunstiging te wijzigen naar C (bv. de kinderen of de partner van de nieuwe verzekeringsnemer). We creëren op die manier een BAC-constructie. Bij overlijden van A is C geen erfbelasting verschuldigd. Als de begunstiging wordt gewijzigd door de nieuwe verzekeringsnemer en niet door de erflater, wordt art. 2.7.1.0.6 VCF niet toegepast in de nalatenschap van de erflater. De vrijstelling van erfbelasting is niet definitief. Mocht de nieuwe verzekeringsnemer overlijden binnen de drie jaar na de uitkering (bij leven of bij overlijden), dan is er alsnog erfbelasting verschuldigd (art. 2.7.1.0.6 VCF wordt dan toegepast in de nalatenschap van de verzekeringsnemer).

Voorbeeld: in Vlaanderen sluit een vader van 60 jaar oud een beleggingsverzekering af op zijn hoofd met als begunstigde bij overlijden zijn dochter.
Verzekeringsnemer: vader
Verzekerde: vader
Begunstigde bij overlijden: dochter
In het kader van successieplanning draagt hij de rechten van zijn contract over aan zijn dochter (verzekeringsgift). De verzekeringsgift gebeurt door middel van een geregistreerde schenking waarop schenkbelasting van 3% verschuldigd is. De schenkbelasting wordt berekend op de reserve op het moment van de schenking. We krijgen dan volgende constructie:
Verzekeringsnemer: dochter
Verzekerde: vader
Begunstigde bij overlijden: dochter
Bij het overlijden van de vader moet de dochter nog steeds erfbelasting betalen omdat het gaat om een verzekeringsgift met als oorspronkelijke verzekeringsnemer de vader. Dit kan vermeden worden doordat de dochter als nieuwe verzekeringsnemer de begunstigde bij overlijden wijzigt naar bijvoorbeeld haar kinderen. De verzekeringsconfiguratie ziet er dan als volgt uit:
Verzekeringsnemer: dochter
Verzekerde: vader
Begunstigde bij overlijden: kinderen
Bij overlijden van de vader (grootvader van de kinderen) is er geen erfbelasting meer verschuldigd op voorwaarde dat de dochter nog drie jaar in leven blijft na de uitkering.
Het is niet toegestaan om als begiftigde van de schenking zichzelf te ‘herbevestigen’ als nieuwe begunstigde. Een tijdelijke wijziging van de begunstigde, waarbij men kort nadien opnieuw de oorspronkelijke begunstigde aanduidt, zal aanzien worden als fiscaal misbruik.
Een alternatief is de afkoop van het contract en de afkoopwaarde schenken (opgelet voor de driejaarstermijn bij een hand- of bankgift). Een afkoop brengt wel kosten met zich mee. Zelfs indien de verzekeringsgift al heeft plaatsgevonden zou de nieuwe verzekeringsnemer kunnen afkopen en een nieuw contract afsluiten. Dit wordt niet expliciet in het standpunt van VLABEL vermeld. Op die manier wordt de band tussen de schenker van de eerste polis en de begunstigde van de nieuwe polis verbroken.
Besluit
Indien u in het verleden de verzekeringsgift heeft geadviseerd om erfbelasting te vermijden, dient u in deze polis de begunstigde te wijzigen zodat de uitkering bij overlijden vrijgesteld is van erfbelasting.

 
Lees het volledige bericht

Kan de brandverzekering weigeren mij te vergoeden als ik die verplichting om mijn cv jaarlijks te laten nakijken, niet naleef?

Onze verzekeringsdeskundige Bart Chiau gaf het volgende antwoord in het magazine Libelle (uitgave donderdag 18/02/2016)
IMG_2666[1]

Voor een centrale verwarmingsinstallatie bestaat er een wettelijke onderhoudsplicht. In Vlaanderen moet u de installatie op stookolie, steenkool of hout jaarlijks laten onderhouden. Bij gas volstaat een tweejaarlijkse onderhoudsbeurt. In Brussel en Wallonië geldt voor een verwarmingsketel op aardgas een onderhoudsplicht om de drie jaar. Schoorstenen waar de centrale verwarming in uitkomt moet u ook verplicht laten reinigen. De reiniging van de schouw maakt deel uit van het verplichte onderhoud van de centrale verwarmingsinstallatie. Bij huurwoningen moet de huurder het centrale stooktoestel laten onderhouden. Wie de wettelijke regels niet naleeft riskeert een geldboete.

Vaak gaat men er van uit dat de brandverzekering niet zal uitbetalen als men zijn centrale verwarming niet heeft laten controleren of zijn schoorsteen niet heeft laten vegen. Dit klopt echter niet. De brandverzekering staat los van de wettelijke onderhoudsverplichting. Na brand zal de verzekeringsmaatschappij steeds tussenkomen als het om een gedekt schadegeval gaat, ook als u de wettelijke onderhoudsplicht niet strikt naleeft. U hoeft geen keuringsattesten voor te leggen om een schadevergoeding te krijgen. De verzekeraar gaat er wel van uit dat u uw woning onderhoudt als een ‘goede huisvader’. Dit betekent dat u de woning niet mag laten verkommeren. Bij een slecht onderhouden woning kan de verzekeringsmaatschappij, nadat zij de schade heeft vergoed, de brandverzekering altijd opzeggen.
Het feit dat de brandverzekering toch tussenkomt, betekent nog niet dat u de wettelijke onderhoudsplicht niet hoeft na te komen.

Deze verplichting heeft ook zijn voordelen. Een regelmatig onderhoud heeft een positieve impact op het rendement van uw verwarmingsinstallatie omdat u minder verbruikt en op het milieu omdat u minder vervuilt. Met een goed onderhouden verwarming beschermt u uw gezin, uw woning en uw goederen tegen bijvoorbeeld een schouwbrand of co vergiftiging. Bovendien riskeert u geen boete bij controle.

Lees het volledige bericht


Pas uw verzekeringen aan uw situatie aan

02J91128Partners die gaan samenwonen, trouwen of uit elkaar gaan vergeten vaak hun verzekeringsportefeuille grondig onder de loep te nemen. Nochtans kunnen ze daarmee problemen vermijden en heel wat geld besparen.

Een gezin heeft doorgaans een heleboel verzekeringen lopen. Denk maar aan een auto-, een brand-, een levens- en een familiale verzekering. Vaak zijn mensen oververzekerd, dubbel verzekerd, onderverzekerd en soms zelfs helemaal niet meer verzekerd. Het is belangrijk altijd de verzekeringstussenpersoon op de hoogte te brengen dat u gaat trouwen, samenwonen of uit elkaar gaat. Daardoor vermijdt u problemen bij uitkeringen en kan u bovendien heel wat geld besparen.

Brand- en autoverzekering

Een brandpolis verzekert de inboedel onder meer tegen brandschade, waterschade en diefstal. Als partners gaan samenwonen, wijzigt hun inboedel. Een van beide inboedelverzekeringen wordt overbodig, en de andere moet worden aangepast. Bij huur is het belangrijk de aansprakelijkheid van de partner mee te verzekeren.

Als partners geregeld elkaars wagen gebruiken, is het verstandig de verzekeraar te melden dat de ander medebestuurder wordt. Na een verhuizing is het belangrijk de adreswijziging door te geven aan de verzekeraar, om een nieuwe groene kaart aan te vragen. Mogelijk wordt de premie aangepast afhankelijk van de woonplaats.

Familiale en hospitalisatieverzekering

De familiale verzekering (BA-privéleven) dekt de aansprakelijkheid van alle huisgenoten als schade wordt veroorzaakt aan derden. Eén familiale verzekering per gezin volstaat. Alleenstaanden krijgen een korting op de premie. Staat de familiale verzekering bij een scheiding op de naam van de partner die weggaat, dan mag de ander niet vergeten zelf een familiale verzekering af te sluiten. Heeft een alleenstaande ouder kinderen in co-ouderschap, dan moet hij een familiale verzekering afsluiten tegen gezinstarief en niet als alleenstaande. Anders zijn de kinderen niet verzekerd.

Een hospitalisatieverzekering wordt afgesloten om zich in te dekken tegen de kosten van een ziekenhuisopname. Ze kan ook gekoppeld zijn aan de groepsverzekering. Als partners die gaan trouwen of samenwonen een hospitalisatieverzekering hebben, kunnen ze overwegen toe te treden tot de hospitalisatieverzekering van hun partner, als de waarborgen beter zijn en de prijs lager is. Springt de relatie af, dan is het nuttig bij de verzekeraar te informeren naar de voorwaarden. Eventueel kan de ander de hospitalisatieverzekering die hij met zijn partner had, individueel voortzetten.

Arbeidsongevallenverzekering

De arbeidsongevallenverzekering is een verzekering die de werkgever verplicht moet afsluiten voor zijn werknemers. Bij een dodelijk arbeidsongeval voorziet die verzekering in een uitkering van een levenslange rente aan de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende partner. Partners die wettelijk samenwonen, moeten bovendien een notarieel samenlevingscontract hebben afgesloten waarin een onderhoudsplicht is opgenomen. Wonen ze feitelijk samen, dan kunnen ze geen aanspraak maken op die bescherming.

Groepsverzekering en levensverzekering

Met een groepsverzekering wordt een aanvullend pensioen opgebouwd in de tweede pensioenpijler. Als de burgerlijke staat van de verzekerde wijzigt en hij zijn werkgever meldt dat hij getrouwd is of een verklaring van wettelijke samenwoning heeft afgelegd, is het mogelijk dat de waarborgen bij overlijden worden gewijzigd. Een groter deel van de premie van de groepsverzekering gaat dan naar de dekking van het overlijdensrisico ten voordele van de partner die in de begunstigingsclausule wordt vermeld. Als de aangesloten werknemer vóór zijn pensioenleeftijd overlijdt, wordt een kapitaal uitgekeerd. Als de begunstigde de langstlevende echtgenoot is of de kinderen jonger dan 21 jaar, zijn er geen successierechten verschuldigd op de uitkering. Woont de verzekerde wettelijk of feitelijk samen met zijn partner, dan moet de begunstigde wel successierechten betalen.

Bij een levensverzekering wordt een update van de begunstigingsclausules vaak uit het oog verloren. Wie een levensverzekering in de derde pensioenpijler afsluit en wil genieten van belastingvermindering op de premie voor het pensioensparen of het langetermijnsparen, is verplicht de echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner of een bloedverwant tot de tweede graad aan te wijzen als begunstigde bij overlijden. Wie zijn feitelijk samenwonende partner aanwijst, kan dus niet genieten van een fiscaal voordeel.

Bij een individuele levensverzekering en een groepsverzekering is het noodzakelijk dat de verzekerde nagaat of de begunstigingsclausules nog beantwoorden aan zijn behoeften en zijn aangepast aan zijn relatie. Als een werknemer die bijvoorbeeld bij zijn werkgever een groepsverzekering heeft waarin de wettelijke erfgenamen of de nalatenschap worden aangewezen als begunstigde bij overlijden, en hij ondertussen wettelijk of feitelijk samenwoont, zal de langstlevende partner niets van het uitgekeerde kapitaal ontvangen. De verzekeringsnemer kan de begunstigingsclausule van een individuele levensverzekering en een groepsverzekering te allen tijde aanpassen aan de hand van een eenvoudig bijvoegsel aan het contract.

Betaling van de premies

Wettelijk samenwonenden en gehuwden zijn solidair aansprakelijk voor de gemeenschappelijke gezinslasten. Ze zijn ook allebei verantwoordelijk voor de betaling van de verzekeringspremies voor de gemeenschappelijke huishouding. Als een van de getrouwde of wettelijk samenwonende partners bijvoorbeeld niet deelt in de kosten van de brandverzekering van de gezinswoning, dan is de andere partner aansprakelijk voor de betaling ervan, zelfs al staat de brandverzekering niet op zijn naam en is hij geen mede-eigenaar van de woning.

Bart Chiau

bron http://trends.knack.be/economie/

Lees het volledige bericht

iTarget uw partner in…

is een onafhankelijk verzekeringskantoor gelegen te  Wij bieden u oplossingen op maat voor alle nieuwe samenlevingsvormen: Samenleven kan verschillende vormen aannemen. Of men nu samenwoont met een partner, een broer of een beste vriend, er komt heel wat bij kijken. De verschillende samenlevingsvormen kennen een belangrijke evolutie in onze huidige leefwereld. Ons kantoor is gespecialiseerd […]

Lees het volledige bericht

Homepagina

Uw verzekeringen, beleggingen, woonkredieten zijn bij iTarget in goede handen! U bekijkt niet elke dag verzekeringscontracten? Wij wel, als onafhankelijke verzekeringsmakelaar is dit ons vak! Verzekeringen zijn een complexe materie. Ingewikkelde wetten en financiële wetmatigheden worden er toegepast op haast alle domeinen van het privé- en professionele leven. Zonder kennis van zaken is het dan […]

Lees het volledige bericht

Over ons kantoor

ij bieden u een volledig gamma flexibele oplossingen die perfect inspelen op uw eigen activiteit en situatie, zowel voor particulieren als voor ondernemers. Contactgegevens Openingsuren Ons kantoor is ingeschreven in het register van de verzekeringstussenpersonen als verzekeringsmakelaar onder nummer . Het register van de verzekeringstussenpersonen wordt bijgehouden door de FSMA, te 1000 Brussel, Congresstraat 12-14 en is terug […]

Lees het volledige bericht