itarget verzekeringsmakelaar Gent

Standpunten VLABEL met betrekking tot levensverzekeringen

Auteur: Bart Chiau

Nu de Vlaamse belastingdienst (VLABEL) bevoegd is voor de inning van de schenk-, registratie- en erfbelasting, heeft zij een aantal opmerkelijke standpunten ingenomen met betrekking tot levensverzekeringen. In dit artikel bespreken we de levensverzekering met twee verzekeringsnemers, de levensverzekering met een conventioneel beding van terugkeer en de verzekeringsgift.

  1. Levensverzekering met twee verzekeringsnemers

Bij een contract met twee verzekeringsnemers gaat men er van uit dat beide verzekeringsnemers voor de helft de begunstigde(n) willen bevoordelen. Een levensverzekering afgesloten door twee echtgenoten op hun hoofd, met als begunstigde bij overlijden van de langstlevende hun kind, is onderworpen aan erfbelasting bij het overlijden van de eerste verzekeringsnemer op basis van art. 2.7.1.0.6, §1, tweede lid VCF. De erfbelasting is verschuldigd op de helft van de afkoopwaarde op het moment van overlijden van de eerste verzekeringsnemer. Bij het overlijden van de tweede verzekeringsnemer wordt de prestatie uitgekeerd. De uitkering valt onder toepassing van art. 2.7.1.0.6, §1, eerste lid VCF. Op dat moment wordt het verschil tussen de waarde bij het eerste overlijden en het bedrag van de uitkering bij het overlijden van de tweede verzekeringsnemer belast. Het standpunt van VLABEL houdt echter geen rekening met het feit dat de rechten van het contract bij het overlijden van de eerste verzekeringsnemer meestal worden overgedragen naar de tweede verzekeringsnemer waardoor de reserve volledig terecht komt bij de langstlevende. Bij het overlijden van de eerste verzekeringsnemer is er erfbelasting verschuldigd door de begunstigde maar de langstlevende verzekeringsnemer zou deze begunstigde nog kunnen wijzigen want hij beschikt over alle rechten van het contract. De begunstigde is dus nooit zeker dat hij de prestatie ook effectief zal ontvangen.

  1. Levensverzekering met conventioneel beding van terugkeer

Bij een levensverzekering waarbij bijvoorbeeld een grootouder een bedrag schenkt aan zijn kleinkind met als last het geld te beleggen in een levensverzekering, werkt men dikwijls met een beding van terugkeer. Dit betekent dat het geschonken geld zal terugkeren naar de schenker (de grootouder) indien de begiftigde (het kleinkind) overlijdt vóór de schenker. De schenker koppelt een verplichting aan de schenking om een levensverzekering af te sluiten op naam van de begiftigde en met de schenker als begunstigde bij overlijden. Op die manier wordt de terugkeer van het geschonken bedrag verzekerd bij vooroverlijden van de begiftigde. Deze terugkeer is niet aan erfbelasting onderworpen op voorwaarde dat datum en voorwerp van de schenking worden aangetoond, er een beding van terugkeer is overeengekomen en er een verzekeringscontract werd afgesloten met als doel de bedongen terugkeer te verzekeren. Art. 2.7.1.0.6, §1, eerste lid, VCF is enkel van toepassing als het gaat om een ‘kosteloos’ beding ten behoeve van de begunstigde. Het beding van terugkeer is geen ‘kosteloos’ beding omdat de schenker een vordering heeft op de nalatenschap van de overleden begiftigde. Bijgevolg is er geen erfbelasting verschuldigd. VLABEL volgt hier het Federale standpunt van 2007 maar de bewijsmogelijkheden worden versoepeld. Ofwel kan men het bewijs leveren aan de hand van het verzekeringscontract waarin melding wordt gemaakt van de bedongen terugkeer van de schenking, ofwel kan men de schenkingsakte voorleggen waarin het afsluiten van de polis als last wordt bedongen.

  1. Verzekeringsgift

Standpunt VLABEL

Een vrijstelling door middel van een verzekeringsgift is niet meer mogelijk, zelfs al werd er al schenkbelasting betaald op de afkoopwaarde (standpunt nr. 15133 van 12 oktober 2015). Ondanks de verzekeringsgift blijft de begunstiging via het verzekeringscontract volgens VLABEL een ‘door de erflater gemaakt beding’ waarop erfbelasting verschuldigd blijft. Bovendien betreft het voorwerp van de verzekeringsgift enkel en alleen de rechten die de verzekeringsnemer heeft ten aanzien van de verzekeraar en niet de prestatie bij het overlijden van de verzekerde. Bijgevolg kan de uitzondering die stelt dat ‘een beding ten behoeve van een derde’ niet onderworpen is aan erfbelasting als er al schenkbelasting werd betaald (art. 2.7.1.0.6, §2, lid 3, 1° VCF), niet ingeroepen worden. De begunstigde ontvangt de prestatie in zijn hoedanigheid van begunstigde en niet in zijn hoedanigheid van nieuwe verzekeringsnemer. Dit standpunt is van toepassing op alle overlijdens vanaf 1 maart 2016, ongeacht de schenkingsdatum. In Brussel en Wallonië blijft een verzekeringsgift met vrijstelling van successierechten vooralsnog wel mogelijk.

Hoe kunt u dan toch nog erfbelasting vermijden?

Om alsnog erfbelasting te vermijden moet u na de verzekeringsgift de begunstigde wijzigen. Belangrijk hier is dat de nieuw aangewezen begunstigde niet dezelfde begunstigde is als diegene die werd aangewezen door de oorspronkelijke verzekeringsnemer. Op die manier gaat het niet meer om een ‘door de erflater gemaakt beding’ maar om een ‘door een derde gemaakt beding’. Dus we vertrekken van AAB (beding ten behoeve van een derde). Vroeger schonk A de rechten aan B om op die manier een BAB-constructie te verkrijgen (beding ten behoeve van zichzelf) en erfbelasting te vermijden. Nu moeten we nog een stap verder gaan en dient B de begunstiging te wijzigen naar C (bv. de kinderen of de partner van de nieuwe verzekeringsnemer). We creëren op die manier een BAC-constructie. Bij overlijden van A is C geen erfbelasting verschuldigd. Als de begunstiging wordt gewijzigd door de nieuwe verzekeringsnemer en niet door de erflater, wordt art. 2.7.1.0.6 VCF niet toegepast in de nalatenschap van de erflater. De vrijstelling van erfbelasting is niet definitief. Mocht de nieuwe verzekeringsnemer overlijden binnen de drie jaar na de uitkering (bij leven of bij overlijden), dan is er alsnog erfbelasting verschuldigd (art. 2.7.1.0.6 VCF wordt dan toegepast in de nalatenschap van de verzekeringsnemer). Het is niet toegestaan om als begiftigde van de schenking zichzelf te ‘herbevestigen’ als nieuwe begunstigde. Een tijdelijke wijziging van de begunstigde, waarbij men kort nadien opnieuw de oorspronkelijke begunstigde aanduidt, zal aanzien worden als fiscaal misbruik.

 

, , , , , ,