Archief | Successieplanning

Schenken van roerend goed: de “kaasroute” gaat dicht

Roerende goederen schenken via Nederlandse notaris?

Je kan een roerend goed schenken via een hand- of bankgift, via het Kantoor Rechtszekerheid (= Registratiekantoor) of via de notaris.

Kies je voor een geregistreerde schenking via een Belgische notaris of het Kantoor Rechtszekerheid, dan ben je schenkbelasting verschuldigd. De schenkbelasting is afhankelijk van het bedrag dat je schenkt, aan wie je schenkt en in welk gewest je woont. In Vlaanderen bedraagt de schenkbelasting 3% voor een schenking van een roerend goed aan de partner of in rechte lijn. Voor schenkingen aan andere personen bedraagt de schenkbelasting in Vlaanderen 7%.

Op een niet-geregistreerde schenking betaal je geen schenkbelasting. Indien de schenker binnen de drie jaar na de schenking overlijdt, zal de begiftigde toch nog erfbelasting verschuldigd zijn op de schenking. In Vlaanderen zal deze risicotermijn verlengd worden naar vier jaar (waarschijnlijk vanaf 1/1/2021).

De kaasroute

Een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik of een schenking van aandelen op naam moet altijd via de notaris gebeuren. Om hier de schenkbelasting te vermijden doen veel Belgen deze schenkingen via een Nederlandse notaris omdat men dan geen schenkbelasting moet betalen. De oversteek naar Nederland wordt dan de ‘kaasroute’ genoemd. Als de schenker nog drie jaar (of vier jaar) in leven blijft, is er geen erfbelasting meer verschuldigd op de geschonken goederen.

Een vaak gebruikte techniek is het schenken van een effectenportefeuille aan de kinderen met voorbehoud van vruchtgebruik. Je kan als schenker verder genieten van de dividenden, intresten… van de effecten. Wanneer het gaat om aandelen van een familiebedrijf, kan je dankzij het vruchtgebruik de stemrechten blijven uitoefenen. Omdat het vruchtgebruik behouden wordt, moet de schenker een beroep doen op een notaris. Hij doet dan een beroep op een Nederlandse notaris om zo de Vlaamse schenkbelasting te vermijden.

De wetgever wil de ‘kaasroute’ sluiten. Er komt een verplichte registratie voor buitenlandse notariële schenkingsakten van roerende goederen door Belgische rijksinwoners. Deze regeling werd al goedgekeurd in de Commissie voor Financiën en Begroting maar de Raad van State en het Parlement moeten ook nog hun akkoord geven. De vermoedelijke inwerkingtreding is 1/12/2020. Roerende schenkingen van Belgische rijksinwoners verleden voor een buitenlandse notaris zullen dan verplicht in België geregistreerd moeten worden en zullen dus aanleiding geven tot de betaling van schenkbelasting.

Samengevat:

  • notariële schenking voor een Belgische notaris: schenkbelasting verschuldigd
  • geregistreerde schenking via het Kantoor Rechtszekerheid: schenkbelasting verschuldigd
  • notariële roerende schenking voor een buitenlandse notaris: verplichte registratie in België en dus schenkbelasting verschuldigd (vanaf 1/12/2020)
  • onderhandse schenking: geen schenkbelasting verschuldigd maar risicotermijn van drie jaar (of vier jaar vanaf 1/1/2021 in het Vlaams Gewest)

 

 

Lees het volledige bericht

Successieplanning is meer dan erfbelasting besparen

 

Bij een betere successieplanning gaan gemoedsrust, bescherming én een voordelige successiefactuur hand in hand.

Luisteren

De basis van successieplanning is luisteren. Financial planners, vermogensplanners, financieel architecten, vermogensadviseurs…  verliezen zich maar al te vaak in het verkopen van standaardoplossingen bij vermogensplanning. Velen vergeten tijdens hun professioneel verkoopgesprek dan ook te luisteren naar hun klant. Successieplanning moet aangepast zijn aan de individuele situatie van elke klant. Men kan niet zomaar snel een oplossing uit het rek nemen dat iedereen past. In successieplanning is elke situatie uniek.

Klant is koning

Successieplanning vergt een open geest en een wit blad. Men gaat met de klant, al dan niet vergezeld van zijn familie of begiftigden, aan tafel zitten.

Enkele vragen die men zich moet stellen:

  • Wat zijn de gevoeligheden binnen de familie?
  • Hoe is de onderlinge verstandhouding?
  • Wie wil men na zijn overlijden beschermen?
  • Ligt de focus eerder op onroerend goed, bv. de gezinswoning of de tweede eigendom, of draait het vooral rond roerende goederen, bv. de beleggingsportefeuille of de kunstcollectie?
  • Zijn er kinderen uit een vorige relatie die men zoveel mogelijk wil uitsluiten of net iets meer wil geven?
  • Wat is er al geschonken?
  • Hoe ziet het totale roerend en onroerend vermogen er momenteel uit?
  • Weet de klant hoe het wettelijk erfrecht in elkaar zit als hij niets onderneemt?
  • Bij welke regeling voelt de klant zich goed?

Allemaal essentiële vragen waarop men eerst een duidelijk antwoord moet kennen vooraleer een degelijk successieplan uit te werken. Deze antwoorden vormen het fundament van een goeie planning. Op basis van de noden van de klant gaat men daarna op zoek naar de meest voordelige oplossingen. Hierbij houdt men rekening met het kostenplaatje en het fiscale luik, nl. de verschuldigde erfbelasting. Het is best mogelijk dat een klant een aanzienlijke som testamentair wil nalaten aan een nichtje, wetende dat zij daar veel erfbelasting zal moeten op betalen. Het is belangrijk dat de klant, de eigenaar van het vermogen, zich goed voelt bij zijn successieplanning. Men mag zich niet blindstaren op ingenieuze technieken die enkel en alleen dienen om de erfbelasting buiten spel te zetten.

Update

Bij een successieplan maakt men een foto op een welbepaald ogenblik. De planning moet op regelmatige basis geëvalueerd en bijgestuurd worden. De onderlinge relaties en de financiële situatie wijzigen doorheen de tijd. Een regelmatige update van de planning is dan ook van essentieel belang.

Indien u meer wil weten hoe u een optimaal successieplan kan opmaken, contacteer iTarget op het nummer 09/245.20.59 of via de website http://www.iTarget.be.

Lees het volledige bericht

Successieplanning met levensverzekeringen

Nieuw boek “Successieplanning met levensverzekeringen” Bart Chiau

 

Als klant weet u dat u bij ons aan het goede adres bent voor al uw vragen rond successieplanning.

Met trots stellen wij u het nieuwe boek van Bart Chiau voor: ‘Successieplanning met levensverzekeringen’.

Dit interessante boek is het resultaat van talrijke opleidingen, artikels en individuele consultancy met betrekking tot dit onderwerp.

Bart schrijft op regelmatige basis voor de volgende magazines:

  • Trends
  • Tijdschrift voor notarissen
  • De Tijd
  • Life & Benefits
  • Libelle
  • Vitaya magazine

Bart heeft reeds een succesvol werk op de markt dat werd uitgegeven bij uitgeverij De Boeck ‘Gids Samenlevingsvormen: samenwonen of toch niet?’

Daarnaast is Bart gastprofessor aan UGent, geeft hij opleidingen in de financiële wereld en is hij een veel gevraagd gastspreker.

In dit nieuwe boek, uitgegeven bij Indicator, beschrijft hij de verschillende mogelijkheden om aan successieplanning te doen met een levensverzekering.

Levensverzekeringen kunnen een ideaal en eenvoudig instrument zijn bij successieplanning :
– als middel om aan vermogensoverdracht te doen;
– als middel om de specifieke wensen bij de successieplanning te realiseren;
– als instrument om erfbelasting te besparen.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Wenst u de know how van Bart te leren kennen?

 

Lees het volledige bericht

Standpunten VLABEL met betrekking tot levensverzekeringen

Auteur: Bart Chiau

Nu de Vlaamse belastingdienst (VLABEL) bevoegd is voor de inning van de schenk-, registratie- en erfbelasting, heeft zij een aantal opmerkelijke standpunten ingenomen met betrekking tot levensverzekeringen. In dit artikel bespreken we de levensverzekering met twee verzekeringsnemers, de levensverzekering met een conventioneel beding van terugkeer en de verzekeringsgift.

  1. Levensverzekering met twee verzekeringsnemers

Bij een contract met twee verzekeringsnemers gaat men er van uit dat beide verzekeringsnemers voor de helft de begunstigde(n) willen bevoordelen. Een levensverzekering afgesloten door twee echtgenoten op hun hoofd, met als begunstigde bij overlijden van de langstlevende hun kind, is onderworpen aan erfbelasting bij het overlijden van de eerste verzekeringsnemer op basis van art. 2.7.1.0.6, §1, tweede lid VCF. De erfbelasting is verschuldigd op de helft van de afkoopwaarde op het moment van overlijden van de eerste verzekeringsnemer. Bij het overlijden van de tweede verzekeringsnemer wordt de prestatie uitgekeerd. De uitkering valt onder toepassing van art. 2.7.1.0.6, §1, eerste lid VCF. Op dat moment wordt het verschil tussen de waarde bij het eerste overlijden en het bedrag van de uitkering bij het overlijden van de tweede verzekeringsnemer belast. Het standpunt van VLABEL houdt echter geen rekening met het feit dat de rechten van het contract bij het overlijden van de eerste verzekeringsnemer meestal worden overgedragen naar de tweede verzekeringsnemer waardoor de reserve volledig terecht komt bij de langstlevende. Bij het overlijden van de eerste verzekeringsnemer is er erfbelasting verschuldigd door de begunstigde maar de langstlevende verzekeringsnemer zou deze begunstigde nog kunnen wijzigen want hij beschikt over alle rechten van het contract. De begunstigde is dus nooit zeker dat hij de prestatie ook effectief zal ontvangen.

  1. Levensverzekering met conventioneel beding van terugkeer

Bij een levensverzekering waarbij bijvoorbeeld een grootouder een bedrag schenkt aan zijn kleinkind met als last het geld te beleggen in een levensverzekering, werkt men dikwijls met een beding van terugkeer. Dit betekent dat het geschonken geld zal terugkeren naar de schenker (de grootouder) indien de begiftigde (het kleinkind) overlijdt vóór de schenker. De schenker koppelt een verplichting aan de schenking om een levensverzekering af te sluiten op naam van de begiftigde en met de schenker als begunstigde bij overlijden. Op die manier wordt de terugkeer van het geschonken bedrag verzekerd bij vooroverlijden van de begiftigde. Deze terugkeer is niet aan erfbelasting onderworpen op voorwaarde dat datum en voorwerp van de schenking worden aangetoond, er een beding van terugkeer is overeengekomen en er een verzekeringscontract werd afgesloten met als doel de bedongen terugkeer te verzekeren. Art. 2.7.1.0.6, §1, eerste lid, VCF is enkel van toepassing als het gaat om een ‘kosteloos’ beding ten behoeve van de begunstigde. Het beding van terugkeer is geen ‘kosteloos’ beding omdat de schenker een vordering heeft op de nalatenschap van de overleden begiftigde. Bijgevolg is er geen erfbelasting verschuldigd. VLABEL volgt hier het Federale standpunt van 2007 maar de bewijsmogelijkheden worden versoepeld. Ofwel kan men het bewijs leveren aan de hand van het verzekeringscontract waarin melding wordt gemaakt van de bedongen terugkeer van de schenking, ofwel kan men de schenkingsakte voorleggen waarin het afsluiten van de polis als last wordt bedongen.

  1. Verzekeringsgift

Standpunt VLABEL

Een vrijstelling door middel van een verzekeringsgift is niet meer mogelijk, zelfs al werd er al schenkbelasting betaald op de afkoopwaarde (standpunt nr. 15133 van 12 oktober 2015). Ondanks de verzekeringsgift blijft de begunstiging via het verzekeringscontract volgens VLABEL een ‘door de erflater gemaakt beding’ waarop erfbelasting verschuldigd blijft. Bovendien betreft het voorwerp van de verzekeringsgift enkel en alleen de rechten die de verzekeringsnemer heeft ten aanzien van de verzekeraar en niet de prestatie bij het overlijden van de verzekerde. Bijgevolg kan de uitzondering die stelt dat ‘een beding ten behoeve van een derde’ niet onderworpen is aan erfbelasting als er al schenkbelasting werd betaald (art. 2.7.1.0.6, §2, lid 3, 1° VCF), niet ingeroepen worden. De begunstigde ontvangt de prestatie in zijn hoedanigheid van begunstigde en niet in zijn hoedanigheid van nieuwe verzekeringsnemer. Dit standpunt is van toepassing op alle overlijdens vanaf 1 maart 2016, ongeacht de schenkingsdatum. In Brussel en Wallonië blijft een verzekeringsgift met vrijstelling van successierechten vooralsnog wel mogelijk.

Hoe kunt u dan toch nog erfbelasting vermijden?

Om alsnog erfbelasting te vermijden moet u na de verzekeringsgift de begunstigde wijzigen. Belangrijk hier is dat de nieuw aangewezen begunstigde niet dezelfde begunstigde is als diegene die werd aangewezen door de oorspronkelijke verzekeringsnemer. Op die manier gaat het niet meer om een ‘door de erflater gemaakt beding’ maar om een ‘door een derde gemaakt beding’. Dus we vertrekken van AAB (beding ten behoeve van een derde). Vroeger schonk A de rechten aan B om op die manier een BAB-constructie te verkrijgen (beding ten behoeve van zichzelf) en erfbelasting te vermijden. Nu moeten we nog een stap verder gaan en dient B de begunstiging te wijzigen naar C (bv. de kinderen of de partner van de nieuwe verzekeringsnemer). We creëren op die manier een BAC-constructie. Bij overlijden van A is C geen erfbelasting verschuldigd. Als de begunstiging wordt gewijzigd door de nieuwe verzekeringsnemer en niet door de erflater, wordt art. 2.7.1.0.6 VCF niet toegepast in de nalatenschap van de erflater. De vrijstelling van erfbelasting is niet definitief. Mocht de nieuwe verzekeringsnemer overlijden binnen de drie jaar na de uitkering (bij leven of bij overlijden), dan is er alsnog erfbelasting verschuldigd (art. 2.7.1.0.6 VCF wordt dan toegepast in de nalatenschap van de verzekeringsnemer). Het is niet toegestaan om als begiftigde van de schenking zichzelf te ‘herbevestigen’ als nieuwe begunstigde. Een tijdelijke wijziging van de begunstigde, waarbij men kort nadien opnieuw de oorspronkelijke begunstigde aanduidt, zal aanzien worden als fiscaal misbruik.

 

Lees het volledige bericht

Betaal minder belastingen..

..dankzij uw levensverzekering

Iedereen wil natuurlijk zo min mogelijk belastingen betalen. Wist u dat een verzekering pensioensparen of langetermijnsparen en uw schuldsaldoverzekering uitstekende manieren zijn om uw belastingaangifte te optimaliseren?

Een spaar- of beleggingsverzekering dient onder andere om te sparen voor uw pensioen en om uw geld te laten renderen. Maar als u belastingplichtig bent en/of beroepsinkomsten hebt, zijn deze drie individuele levensverzekeringen ook interessant voor uw belastingen.

Pensioensparen

Met een pensioenspaarverzekering geniet u een gewaarborgde rentevoet. Daarnaast is deze verzekering ook fiscaal interessant: 30 % van uw premie recupereert u immers via uw belastingen. Op een premie van 940 euro (het fiscale maximum) betekent dit een besparing van 282 euro. Een gezin kan zo dus tot 564 euro per jaar voordeel genieten.

Langetermijnsparen (niet verbonden aan eigen woning)

Ook op premies voor langetermijnsparen geniet u een belastingvoordeel van 30 %. U kunt momenteel maximaal 2 260 euro per jaar storten (het exacte bedrag is afhankelijk van een aantal criteria), wat een belastingvoordeel van 678 euro oplevert. Bovendien betaalt u ook minder gemeentebelastingen.

Schuldsaldoverzekering

Ten slotte biedt ook de schuldsaldoverzekering mogelijkheden tot fiscale optimalisatie.

Premies aftrekken

Als de fiscale korf nog niet volledig gevuld is met de kapitaalaflossingen en interesten van uw woonkrediet, kunt u ook de premies van uw schuldsaldoverzekering invullen op uw belastingbrief. Zo optimaliseert u uw fiscaal voordeel. Dit is vooral interessant als u op het einde van het jaar een lening aangaat en de premie voor uw schuldsaldoverzekering in één keer betaalt.

Of premies beter niet aftrekken

Soms is het echter fiscaal interessanter om de premies van uw schuldsaldoverzekering niet af te trekken van uw belastingen. U geniet dan uiteraard geen belastingvoordeel, maar in ruil wordt het eindkapitaal van uw verzekering ook niet belast.

Dit is interessant als:

  • uw fiscale korf al volledig gevuld is

De schuldsaldopremies die u er nog bij zou stoppen, leveren u geen extra fiscaal voordeel op, terwijl het eindkapitaal wel belast wordt.

  • u uw nabestaanden zo goed mogelijk wilt beschermen bij uw overlijden

Door de schuldsaldopremies niet af te trekken van uw belastingen wordt ook het eindkapitaal niet belast en blijft er des te meer over voor uw nabestaanden.

Schuldsaldoverzekering aftrekken in het kader van pensioensparen

Als u de schuldsaldopremies niet aftrekt in het kader van uw woonbonus, kunt u ze wel onderbrengen in de fiscale korf van uw pensioensparen en op die manier fiscaal voordeel genieten. Hoeveel precies, dat leest u hierboven in de rubriek Pensioensparen.

U hebt alleen een attest van uw verzekeraar nodig.

Voorwaarden voor fiscale optimalisatie via levensverzekeringen

Er zijn een aantal voorwaarden om belastingvoordeel te kunnen genieten:

  • u onderschrijft de verzekering voor uw 65e,
  • u onderschrijft de verzekering alleen op uw hoofd,
  • de begunstigingsclausule van uw contract beantwoordt aan de fiscale regels en zijn beperkt.

Bron: Ag insurance website artikel van 25/4/2016

  [vfb id=6]
Lees het volledige bericht

Verzekeringsgift niet langer vrij van erfbelasting

Auteur: Bart Chiau

De beleggingsverzekering is een nuttig instrument om aan successieplanning te doen. Dankzij de verzekeringsgift kon een levensverzekering geschonken worden zonder dat de begiftigde daar erfbelasting moest op betalen. Er was enkel schenkbelasting verschuldigd (3 of 7%). In Vlaanderen is de verzekeringsgift echter niet langer vrijgesteld van erfbelasting.

Standpunt Vlaamse belastingdienst
Nu de Vlaamse belastingdienst (VLABEL) bevoegd is voor registratie- en erfbelasting is een vrijstelling door middel van een verzekeringsgift niet meer mogelijk, zelfs al werd er al schenkbelasting betaald op de afkoopwaarde (standpunt nr. 15133 van 12 oktober 2015). Ondanks de verzekeringsgift blijft de begunstiging via het verzekeringscontract volgens VLABEL een ‘door de erflater gemaakt beding’ waarop erfbelasting verschuldigd blijft. Bovendien betreft het voorwerp van de verzekeringsgift enkel en alleen de rechten die de verzekeringsnemer heeft ten aanzien van de verzekeraar en niet de prestatie bij het overlijden van de verzekerde. Bijgevolg kan de uitzondering die stelt dat ‘een beding ten behoeve van een derde’ niet onderworpen is aan erfbelasting indien er al schenkbelasting werd betaald (art. 2.7.1.0.6, §2, lid 3, 1° VCF), niet ingeroepen worden. De begunstigde ontvangt de prestatie in zijn hoedanigheid van begunstigde en niet in zijn hoedanigheid van nieuwe verzekeringsnemer. Dit standpunt is van toepassing op alle overlijdens vanaf 1 maart 2016, ongeacht de schenkingsdatum. In Brussel en Wallonië blijft een verzekeringsgift met vrijstelling van successierechten vooralsnog wel mogelijk.

Hoe kunt u dan toch nog erfbelasting vermijden?
Om alsnog erfbelasting te vermijden moet u na de verzekeringsgift de begunstigde wijzigen. Belangrijk hier is dat de nieuw aangewezen begunstigde niet dezelfde begunstigde is als diegene die werd aangewezen door de oorspronkelijke verzekeringsnemer. Op die manier gaat het niet meer om een ‘door de erflater gemaakt beding’ maar om een ‘door een derde gemaakt beding’. Dus we vertrekken van AAB (beding ten behoeve van een derde). Vroeger schonk A de rechten aan B om op die manier een BAB-constructie te verkrijgen (beding ten behoeve van zichzelf) en erfbelasting te vermijden. Nu moeten we nog een stap verder gaan en dient B de begunstiging te wijzigen naar C (bv. de kinderen of de partner van de nieuwe verzekeringsnemer). We creëren op die manier een BAC-constructie. Bij overlijden van A is C geen erfbelasting verschuldigd. Als de begunstiging wordt gewijzigd door de nieuwe verzekeringsnemer en niet door de erflater, wordt art. 2.7.1.0.6 VCF niet toegepast in de nalatenschap van de erflater. De vrijstelling van erfbelasting is niet definitief. Mocht de nieuwe verzekeringsnemer overlijden binnen de drie jaar na de uitkering (bij leven of bij overlijden), dan is er alsnog erfbelasting verschuldigd (art. 2.7.1.0.6 VCF wordt dan toegepast in de nalatenschap van de verzekeringsnemer).

Voorbeeld: in Vlaanderen sluit een vader van 60 jaar oud een beleggingsverzekering af op zijn hoofd met als begunstigde bij overlijden zijn dochter.
Verzekeringsnemer: vader
Verzekerde: vader
Begunstigde bij overlijden: dochter
In het kader van successieplanning draagt hij de rechten van zijn contract over aan zijn dochter (verzekeringsgift). De verzekeringsgift gebeurt door middel van een geregistreerde schenking waarop schenkbelasting van 3% verschuldigd is. De schenkbelasting wordt berekend op de reserve op het moment van de schenking. We krijgen dan volgende constructie:
Verzekeringsnemer: dochter
Verzekerde: vader
Begunstigde bij overlijden: dochter
Bij het overlijden van de vader moet de dochter nog steeds erfbelasting betalen omdat het gaat om een verzekeringsgift met als oorspronkelijke verzekeringsnemer de vader. Dit kan vermeden worden doordat de dochter als nieuwe verzekeringsnemer de begunstigde bij overlijden wijzigt naar bijvoorbeeld haar kinderen. De verzekeringsconfiguratie ziet er dan als volgt uit:
Verzekeringsnemer: dochter
Verzekerde: vader
Begunstigde bij overlijden: kinderen
Bij overlijden van de vader (grootvader van de kinderen) is er geen erfbelasting meer verschuldigd op voorwaarde dat de dochter nog drie jaar in leven blijft na de uitkering.
Het is niet toegestaan om als begiftigde van de schenking zichzelf te ‘herbevestigen’ als nieuwe begunstigde. Een tijdelijke wijziging van de begunstigde, waarbij men kort nadien opnieuw de oorspronkelijke begunstigde aanduidt, zal aanzien worden als fiscaal misbruik.
Een alternatief is de afkoop van het contract en de afkoopwaarde schenken (opgelet voor de driejaarstermijn bij een hand- of bankgift). Een afkoop brengt wel kosten met zich mee. Zelfs indien de verzekeringsgift al heeft plaatsgevonden zou de nieuwe verzekeringsnemer kunnen afkopen en een nieuw contract afsluiten. Dit wordt niet expliciet in het standpunt van VLABEL vermeld. Op die manier wordt de band tussen de schenker van de eerste polis en de begunstigde van de nieuwe polis verbroken.
Besluit
Indien u in het verleden de verzekeringsgift heeft geadviseerd om erfbelasting te vermijden, dient u in deze polis de begunstigde te wijzigen zodat de uitkering bij overlijden vrijgesteld is van erfbelasting.

 
Lees het volledige bericht